Niet alleen je genen bepalen hoe je ouder wordt. Ook de plek waar je woont, het voedsel dat je eet en de lucht die je inademt, lijken een belangrijke rol te spelen in het tempo waarin je lichaam veroudert. Dat blijkt uit een grootschalig internationaal onderzoek onder ruim driehonderd mensen met verschillende etnische achtergronden.
Onderzoekers van onder meer Stanford University analyseerden de biologische gegevens van 322 deelnemers uit Europa, Oost-Azië en Zuid-Azië. Veel van hen woonden niet meer in hun regio van herkomst. Juist die combinatie van afkomst en migratie bood wetenschappers een unieke kans om te onderzoeken welke invloed genen en leefomgeving afzonderlijk hebben op het menselijk lichaam.
De onderzoekers keken daarbij verder dan alleen DNA. Ze onderzochten onder meer darmbacteriën, vetstoffen, eiwitten, immuunreacties en stofwisselingsproducten. Daarmee ontstond een gedetailleerd biologisch profiel van iedere deelnemer.
Europeanen die in Europa leefden, bleken biologisch ouder dan soortgenoten in Noord-Amerika.
Verschillen tussen Aziaten en Europeanen
Uit de resultaten blijkt dat afkomst een blijvende invloed heeft. Mensen met dezelfde etnische achtergrond vertoonden vergelijkbare patronen in hun immuunsysteem, darmmicrobioom en stofwisseling, zelfs wanneer zij al jarenlang aan de andere kant van de wereld woonden. Zo hadden deelnemers van Zuid-Aziatische afkomst een actiever immuunsysteem, terwijl mensen met Oost-Aziatische wortels een afwijkend vetmetabolisme lieten zien. Europeanen bleken gemiddeld over een grotere diversiteit aan darmbacteriën te beschikken.
Toch liet het onderzoek ook zien dat de leefomgeving het verouderingsproces kan versnellen of juist vertragen. Vooral bij Oost-Aziatische deelnemers viel een opvallend patroon op: wie buiten Oost-Azië woonde, vertoonde tekenen van versnelde biologische veroudering. Bij Europeanen zagen onderzoekers juist het tegenovergestelde. Europeanen die in Europa leefden, bleken biologisch ouder dan soortgenoten in Noord-Amerika.
Luchtvervuiling en voeding
Volgens de onderzoekers spelen factoren als voeding, stress, luchtvervuiling, gezondheidszorg en leefstijl waarschijnlijk een rol. Ook veranderingen in het darmmicrobioom lijken van invloed te zijn. Bepaalde darmbacteriën bleken samen te hangen met hogere niveaus van zogenoemde sphingolipiden: vetstoffen die in verband worden gebracht met hart- en vaatziekten, diabetes en neurodegeneratieve aandoeningen.
De wetenschappers benadrukken dat het onderzoek niet betekent dat de ene bevolkingsgroep 'beter' ouder wordt dan de andere. Wel onderstrepen de resultaten dat medische adviezen steeds minder uit kunnen gaan van één universeel model. Persoonlijke geneeskunde zal volgens hen rekening moeten houden met zowel genetische afkomst als leefomgeving. “Onze biologie wordt gevormd door een combinatie van wie we zijn én waar we leven,” concludeert onderzoeker Richard Unwin.