Waarom juist jouw voeten ijskoud zijn (en wat er wél helpt)

gezondheid
door Dirk Kruin
woensdag, 11 februari 2026 om 6:37
170191664_m
Koude voeten lijken een klein winterkwaaltje, maar wie ’s nachts ligt te woelen met tenen als ijsblokjes, weet hoe hinderlijk het kan zijn. Het goede nieuws: meestal is het onschuldig – en je kunt er wel degelijk iets aan doen.
Als de temperatuur daalt, moet het lichaam de beschikbare warmte slim verdelen. Het verwarmende bloed gaat dan eerst naar de vitale organen in je romp; je voeten en handen staan onderaan de prioriteitenlijst. Om warmteverlies te beperken, vernauwen de bloedvaten in je huid, waardoor er minder warm bloed naar de extremiteiten stroomt en die sneller afkoelen. Vrouwen klagen vaker over koude voeten dan mannen en ouderen vaker dan jongeren, maar het kan op alle leeftijden voorkomen.
Soms reageert het vaatstelsel overdreven op kou. Dan spreken artsen van wintertenen of winterhanden, ook wel perniones: rood‑paarse, gezwollen en vaak jeukende of pijnlijke plekken aan tenen of vingers. Ze ontstaan door een abnormale reactie van kleine bloedvaatjes op lage temperaturen, vooral bij vochtig, guur weer. De aandoening komt minder vaak voor dan vroeger, vermoedelijk doordat huizen beter geïsoleerd en verwarmd zijn.
Toch kun je zelf veel doen tegen gewone koude voeten. Alles wat de doorbloeding afknelt – lang zitten, strakke schoenen, benen over elkaar – werkt tegen je. Roken maakt bloedvaten nauwer en stijver en vergroot zo de kans op koude extremiteiten. Ook sommige medicijnen, zoals bètablokkers, kunnen door vaatvernauwing bijdragen aan ijskoude tenen. Beweging helpt juist wél: spieren produceren warmte en een actief lichaam traint het thermoregulatiesysteem, het interne regelsysteem dat via vaatvernauwing en -verwijding je temperatuur in balans houdt.
Een klassiek huismiddel dat ook huisartsen aanbevelen, zijn wisselbaden. Je dompelt je voeten enkele minuten in warm water, vervolgens kort in koud water, en herhaalt dat een aantal keer – altijd eindigen met koud. Die temperatuurwisselingen “trainen” de bloedvaten: ze leren sneller te vernauwen en te verwijden, wat de doorbloeding verbetert. Warme pantoffels, een kruik in bed en droge, niet‑knellende sokken blijven intussen simpele maar effectieve hulpmiddelen.
Helemaal oneerlijk is het overigens wel. Sommige watervogels beschikken in hun poten over een ingenieus warmtewisselaarsysteem, waarbij warm bloed uit het lijf het koude bloed uit de poten alvast opwarmt. Hun zwemvliezen blijven zo warm genoeg om niet te bevriezen, maar net koud genoeg om het ijs niet te laten smelten – een thermische finesse waar de mens alleen jaloers naar kan kijken.
loading

Loading