We weten inmiddels allemaal wel dat geld niet gelukkig maakt. Maar veel mensen denken wel nog steeds dat ze blijer worden van het bereiken van mijlpalen op het gebied van werk, sport of zelfontwikkeling. Ook voor hen heeft de wetenschap een ontnuchterende boodschap.
Want hoe vervelend ook: onderzoek laat zien dat dit nauwelijks bijdraagt aan hoe gelukkig je bent, we hebben het over een verwaarloosbaar percentage. En diëten om dat droomfiguur te krijgen? Dat kan je geluk zelfs ondermijnen in plaats van vergroten.
Dus als geluk niet in je bankrekening of op de weegschaal te vinden is, waar dan wel? Het antwoord: andere mensen. Uit het langstlopende geluksonderzoek ooit, ruim tachtig jaar en drie generaties lang gevolgd door Harvard, blijkt één ding steeds weer: de kwaliteit van je relaties is de grootste voorspeller van geluk. Belangrijker dan carrière, gezondheid of dat spaarpotje. Mensen die actief werken aan hun sociale banden, blijken bovendien gelukkiger te worden dan mensen die zich vooral richten op persoonlijke groei.
Iets doen voor een ander
Er is nog een tweede route naar geluk: iets betekenen voor een ander. Onze hersenen belonen ons letterlijk met dopamine zodra we iets aardigs doen voor iemand anders. Dat verklaart waarom mensen die regelmatig goede daden verrichten, structureel gelukkiger zijn.
In een onderzoek uit 2019 kregen deelnemers de opdracht om tien dagen lang óf iets liefs voor een ander te doen (denk aan een compliment geven of doneren aan een goed doel) óf juist wat extra zelfzorg in te plannen. Beide groepen voelden zich beter, maar de gulle gevers voelden zich daarnaast socialer verbonden en ervoeren meer zingeving.
Zelfzorg is en blijft belangrijk, zet dat zuurstofmasker gerust eerst op. Maar wil je écht gelukkiger worden? Bel die oude vriend eens op, lach met elkaar tot je buikpijn hebt of help een vreemde met de boodschappentassen. Doe het gerust voor de gratis dopamine. Niemand hoeft het te weten.