Een relatie zonder ruzie klinkt gezond. Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Nieuw onderzoek wijst erop dat vooral de steun die partners elkaar geven samenhangt met de gezondheid op latere leeftijd. Een kalme relatie waarin partners weinig voor elkaar betekenen, kan zelfs verrassend ongunstig uitpakken.
Voor de studie werden gegevens gebruikt van 7.943 Engelsen van 50 jaar en ouder. Hun relaties werden ingedeeld in vier categorieën: ondersteunend, ambivalent, onverschillig en afkerig.
Daarbij draaide het om twee zaken: steun en spanning. Deelnemers kregen vragen als: In hoeverre begrijpt uw partner echt hoe u over dingen denkt? En in hoeverre kunt u op uw partner rekenen als u een ernstig probleem hebt? Ook werd gevraagd hoeveel kritiek ze kregen en hoe vaak hun partner op hun zenuwen werkte.
Vervolgens werd gekeken hoe snel chronische aandoeningen zich in de loop van de tijd opstapelden. Mensen die bij aanvang al een chronische ziekte of emotionele of psychische stoornis hadden, werden buiten de analyse gehouden.
De uitkomst is opvallend. Vergeleken met mensen in een ondersteunende relatie stapelden chronische aandoeningen zich bij alle andere groepen sneller op. Mensen zonder partner lieten de snelste toename zien. Daarna volgden mensen in een onverschillige relatie: weinig steun, maar ook weinig spanning. Afkerige relaties, met weinig steun en veel spanning, kwamen daarna. Bij ambivalente relaties, dus veel steun en veel spanning, was het verband zwakker.
Weinig ruzie is geen garantie
Dat betekent dat weinig ruzie op zichzelf geen garantie lijkt voor de gezondheidsvoordelen van een goede relatie. Een ogenschijnlijk rustige relatie waarin echte steun ontbreekt, kan risico’s met zich meebrengen.
Opmerkelijk genoeg deden relaties met behoorlijk wat spanning het beter dan relaties waarin steun ontbrak. Een partner die je soms irriteert of op je zenuwen werkt, maar er wel altijd voor je is wanneer dat nodig is, kan daarmee gunstiger zijn voor je gezondheid dan een relatie waarin weinig steun wordt gegeven.
Ook leeftijd en geslacht speelden een rol. Bij ouderen stapelden chronische aandoeningen zich sneller op dan bij jongere deelnemers. Vrouwen leken gevoeliger voor de effecten van steun en spanning.
Een goede relatie draait dus om meer dan elkaar niet in de haren vliegen. Je geliefd, begrepen, gezien en gesteund voelen kan samenhangen met hoe gezond we ouder worden.