Waarom zijn sommige mannen op kantoor een baas, maar thuis vooral een natte vaatdoek? Het is een terugkerend thema in relatietherapie én aan de keukentafel.
Zo beschrijft een relatietherapeut bij Psychology Today hoe Ana haar partner Jake nauwelijks herkent, zodra hij de voordeur achter zich dichttrekt. Op het werk is hij daadkrachtig, neemt hij beslissingen en stuurt hij moeiteloos een team aan. Thuis daarentegen lijkt hij vooral mee te drijven op de stroom. Beloftes verdampen, klusjes blijven liggen en initiatief is ver te zoeken. Ana voelt zich steeds meer de zeurende ouder in plaats van een gelijkwaardige partner.
Ze is niet de enige. Dit patroon duikt opvallend vaak op: de ene partner die zich kapot ergert, de andere die zich voortdurend bekritiseerd voelt. Wat is hier aan de hand?
Allereerst: werk en thuis zijn twee totaal verschillende werelden. Op kantoor gelden heldere regels. Taken kun je delegeren, verantwoordelijkheid verdelen en – niet onbelangrijk – succes wordt beloond. Doe je het goed, dan volgt er een compliment, promotie of bonus. Thuis is dat anders. Niemand krijgt een schouderklopje voor het schoonmaken van de wc. Het is gewoon wat moet gebeuren.
Luisteren naar de baas
Daar komt bij dat we op het werk vaak beter in staat zijn onze emoties in te slikken. Als de baas iets vraagt waar je geen zin in hebt, doe je het toch. Thuis voelt die rem minder noodzakelijk. Daar mogen irritaties eruit, worden oude gevoeligheden geraakt en komt verzet sneller naar boven. Zeker bij mensen die allergisch zijn voor ‘gezegd worden wat ze moeten doen’, kan dat omslaan in passiviteit of stil verzet.
Ook spelen waarden en verwachtingen een rol. Jake weet precies hoe het spel op kantoor gespeeld wordt, maar thuis hanteert hij andere ongeschreven regels. Misschien vindt hij dat Ana vanzelf meer doet in huis of dat zij vooral dankbaar moet zijn in plaats van kritisch. Dat soort overtuigingen komen vaak rechtstreeks uit het ouderlijk huis.
Wat kun je ermee? Praten uiteraard, maar dan wel anders dan de gebruikelijke verwijten. Niet wachten tot de emmer overloopt, niet verzanden in discussies over wie wat zei of wie het drukker heeft. Geen gelijk halen, maar een volwassen gesprek over wat je allebei nodig hebt.
Dat betekent: concreet worden. Wie doet wat, wanneer en hoe vaak? Geen vage beloftes, maar duidelijke afspraken. En spreek af om tussendoor te evalueren. Niet als controle, maar als bijsturing. Het uitgangspunt moet zijn: wij samen tegen het probleem, niet jij tegen mij.
Klinkt simpel. Is het niet. Maar het alternatief – jarenlange stille frustratie – is een stuk slechter.