"Dat kan ik niet, dat durf ik niet." Wie die zinnen dagelijks hoort, weet hoe machteloos dat voelt.
Zelfvertrouwen valt niet te bestellen, maar er is meer aan te doen dan een schouderklopje bij een goed rapport.
Het
kind komt thuis, gooit de tas in een hoek en verdwijnt naar boven. Wat er is? "Niks." Dat is het moment waarop de meeste ouders in de reflex schieten die het minst helpt: adviseren dat het kind maar eens flink voor zichzelf moet opkomen. Terugschreeuwen is zelden de sterkste zet. Weglopen en aardiger gezelschap opzoeken meestal wel.
De cijfers geven de zorg overigens grond. In het schooljaar 2021-2022 zei 17 procent van de basisschoolleerlingen wel eens gepest te worden, in het voortgezet onderwijs 9 procent. En het aandeel scholieren dat in de drie maanden voor het onderzoek op school of online werd gepest, steeg van 11 procent in 2019 naar 18 procent in 2023.
Kinderen met weinig zelfvertrouwen worden vaker gepest - en zijn zelf ook vaker pester.
Tip 1: Praat over wat echte kracht is
Niet reageren op een provocatie is geen zwakte. Bespreek met je kind hoe pesten begint: in de eerste fase wordt uitgeprobeerd wie het snelst ontploft. Wie kalm blijft, is een minder aantrekkelijk doelwit. Oefen ook het verschil tussen feit en mening. "Je trui is zwart" is een feit. "Je trui is lelijk" is een mening - en of je daarop ingaat, bepaal je zelf.
Tip 2: Train duidelijke taal
Veel kinderen zeggen niets, of iets te vaags. Oefen thuis korte, ondubbelzinnige zinnen: "Laat mijn arm los." "Geef mijn pen terug." Rollenspel werkt beter dan uitleg. Verwacht geen wonder binnen een week; gedragspatronen veranderen traag. Bouw de oefening daarom terloops in het dagelijkse leven in, niet als plechtig gesprek aan tafel.
Tip 3: Zorg dat thuis geen tweede schoolplein is
Als het op school tegenzit, moet thuis de veilige plek zijn. Veel kinderen krijgen op een dag meer negatieve dan positieve feedback. Daar zet je iets tegenover door waardering te tonen die niets met prestatie te maken heeft. Juist het uitvergroten van goede cijfers legt druk. "Fijn dat je er bent" doet meer dan "knap gedaan".
Tip 4: Oefen samen met positief denken
IJsjes en bioscoop passen niet elke dag in de agenda. Een rustig moment voor het slapengaan volstaat, met twee vaste vragen: wat ging vandaag niet goed, en wat wel? Zelfs op rotdagen levert die tweede vraag bijna altijd iets op. Dat vermogen om ook het goede te zien, is precies wat kinderen overeind houdt als het tegenzit.
Wie leert benoemen wat wél goed ging, bouwt een buffer op voor de dagen dat weinig goed gaat.
Tip 5: Gebruik liedjes en rituelen
Een twaalfjarige zingt niet meer mee, maar luistert stiekem wel. Voor jongere kinderen werken liedjes met een positieve boodschap uitstekend. Een avondritueel met een paar vaste zinnen - ik ben goed zoals ik ben, ik mag fouten maken - klinkt zweverig en werkt toch, simpelweg omdat herhaling beklijft.
Tip 6: Vertrouw erop dat je kind het zelf kan
Uit bezorgdheid, of uit tijdgebrek, nemen ouders hun kinderen veel uit handen. Dat ondermijnt precies wat je wilt opbouwen. Kinderen leren pas omgaan met tegenslag door die zelf mee te maken. Dat betekent niet dat je een achtjarige alleen door de stad stuurt, wel dat je samen bepaalt wat hij of zij zelf wil proberen.
Wat de school moet doen
Scholen in het basis-, speciaal en voortgezet onderwijs hebben sinds augustus 2015 een wettelijke zorgplicht voor sociale veiligheid. Ze moeten veiligheidsbeleid voeren, de veiligheidsbeleving van leerlingen jaarlijks monitoren en één persoon aanwijzen die het anti-pestbeleid coördineert en als aanspreekpunt fungeert. Een strengere wet, met verplichte incidentregistratie en twee vertrouwenspersonen, gaat naar verwachting in vanaf schooljaar 2027-2028.
Blijft het misgaan, dan is de route niet ingewikkeld: het aanspreekpunt pesten op school, en anders het wijkteam of de huisarts voor een weerbaarheidstraining. Zelfvertrouwen is geen karaktereigenschap die je hebt of niet hebt. Het is een vaardigheid, en vaardigheden zijn te oefenen.
Meer weten?