Jarenlang was Het Nationale Park De Hoge Veluwe een vanzelfsprekend decor van rust: uitgestrekte heide, bossen, witte fietsen en grazende moeflons. Maar sinds de terugkeer van de
wolf is dit idyllische plaatje ruw verstoord. Directeur Seger Emmanuel baron van Voorst tot Voorst windt er geen doekjes om: "Alle moeflons zijn in zeven maanden tijd opgevreten. De wolf vernietigt de
biodiversiteit.”
Van de circa 300 wilde schapen zijn er nog zo’n veertig over, veilig achter een speciaal wolfwerend stroomraster. En dat terwijl de moeflon volgens de directeur cruciaal is voor het landschap. “Het zijn de enige grazers die jonge grove dennen eten. Daarmee zijn ze essentieel voor het behoud van het open landschap”, zegt hij tegen De Telegraaf.
Alles is een snack
De wolf, sinds vijf jaar actief in het park, jaagt volgens hem op alles wat los en vast zit. “Je hoort in het nieuws vooral over aanvallen op schapen en ander vee. Maar alles is voor de wolf een snack! Bij ons zijn na de moeflons nu de dassen aan de beurt. En ook reekalfjes en bodembroeders, net wat het makkelijkst is. Ook een fors edelhert is niet veilig.”
Hij ergert zich aan de beschermde status van het roofdier. “De wolf moet zogenaamd gedoogd en beschermd worden, alsof het leven van de andere, ook kwetsbare, wilde dieren niet meetelt.”
Wolfvrij park
Een wolfvrij park is zijn wens, maar praktisch onhaalbaar. “Wij kunnen geen wolfwerend stroomraster van 50 kilometer lengte om het Park heen zetten. Dat is veel te duur en technisch onhaalbaar.”
Intussen voelt hij zich weggezet als ‘die baron’. “Ik heb landschaps- en faunabeheer met de paplepel ingegoten gekregen en ik zit hier omdat ik er een beetje verstand van heb. Daar hoef je geen baron voor te zijn.”
Actief natuurbeheer
Zijn filosofie blijft onveranderd: actief natuurbeheer. “Wat goed werkt, moet je blijven doen. Je kunt een park niet iedere paar jaar een andere koers opleggen, omdat dat de nieuwe mode is. Dat is funest voor de biodiversiteit.”
Bezoekers hoeven volgens hem niet bang te zijn. “Ik maak me persoonlijk meer zorgen over de biodiversiteit dan over de mensen. Die zijn hier veilig.”