Jaarlijks stroomt via de Rijn een berg afval de Noordzee in, waar je bang van wordt: het gaat om duizenden tonnen aan zware metalen, microplastics en andere chemische rommel die mens en milieu schaadt.
Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de University of Bonn, waar wetenschappers samen met burgeronderzoekers een jaar lang het afval in de Rijn analyseerden. Hun conclusie is helder: de rivier transporteert elk jaar tot wel 4.700 ton macrodeeltjes naar zee. Dat zijn stukken afval groter dan 25 millimeter, geen minuscule deeltjes dus, maar gewoon zichtbaar vuil.
Het gaat daarbij niet alleen om plastic zakken en flessen. Ook autobanden spelen een belangrijke rol. Die bevatten zink en andere zware metalen die in hoge concentraties giftig zijn voor ecosystemen. En zelfs ‘natuurlijk’ afval blijkt allesbehalve onschuldig. Bewerkt hout, papier, karton en etensresten bevatten vaak chemische toevoegingen die het water verder vervuilen.
Alle Europese rivieren zijn smerig
Volgens onderzoeker Leandra Hamann, zoöloog en hoofdauteur van de studie, is de Rijn een van de grootste aanvoerders van dit afval richting de Noordzee. En het wordt nog zorgwekkender: de samenstelling van het afval in de Rijn blijkt sterk te lijken op die in andere grote Europese rivieren, zoals de Thames. Met andere woorden: dit is geen Nederlands, maar een Europees probleem.
Om de stroom afval in kaart te brengen, werd bij Keulen een drijvende afvalval geplaatst. In één jaar tijd ving die bijna 2.000 kilo rommel. Vijftien procent daarvan was plastic, 28 procent had te maken met eten en drinken. De rest bestond uit een bonte mix van materialen die je liever niet in een rivier ziet, laat staan in zee.
Het probleem beperkt zich niet tot natuur en dieren. Grote hoeveelheden afval kunnen ook infrastructuur beschadigen, zoals afwateringssystemen. Dat vergroot de kans op verstoppingen en overstromingen, precies wat we in een tijd van extremer weer niet kunnen gebruiken.