De zon schijnt dit pinksterweekend overal hard, maar dat is niet altijd zo. Sterker nog, de verschillen zijn in Nederland best groot. Klimaatexpert Peter Siegmund van het KNMI vertelt aan het AD waar je het beste kunt gaan wonen als je zoveel mogelijk zon wil in je leven.
"Dan moet je in Zeeland zijn, in Vlissingen om precies te zijn", aldus Siegmund. "Ons station meet daar 1889 zonuren per jaar. Het scheelt wel heel weinig: in De Kooy, ons meetstation bij Den Helder, is het precies één uurtje minder. Dit is gemeten over de standaard klimaatperiode van 1991 tot 2020, dertig jaar lang. Het kan weleens een jaar andersom zijn, maar gemiddeld genomen ‘winnen’ de Zeeuwen."
Je zou misschien verwachten dat het in Maastricht zonniger is, maar dat is absoluut niet zo. "De kuststrook is echt een stuk zonniger dan het binnenland. Maastricht heeft ‘slechts’ 1696 zonuren per jaar. In Deelen op de Veluwe schijnt het minst de zon, met 1644 uur per jaar. Dat komt doordat bij de kust niet zo makkelijk wolken ontstaan", legt de klimaatexpert uit. "Wolken ontstaan doordat warme, vochtige lucht opstijgt, afkoelt en condenseert. Die lucht warmt op boven land, maar dat duurt wel even. Na een paar kilometer, zeg een kwartiertje landinwaarts, stijgt de lucht op en worden de wolken gevormd. Op een verder wat bewolkte dag in de rest van het land is er zo toch vaak zon op de stranden.”
Steeds zonniger
Maar over het algemeen wordt het in Nederland steeds zonniger. "Dat gaat gelijkmatig over heel het land, dus de rangorde blijft hetzelfde. Voor een deel is het klimaatverandering, voor een deel toeval, maar het komt ook doordat de lucht schoner is geworden. De hoeveelheid door de atmosfeer doorgelaten zonnestraling nam toe met ongeveer 4 procent per tien jaar. Dat draagt bij aan de opwarming in Nederland, met name in de lente en zomer."
"En de luchtdruk is hoger, met name in de lente. Daar hoort mooi weer bij en weinig bewolking. Die hogere luchtdruk heeft mogelijk te maken met dat boven de Middellandse Zee een lagedrukgebied ontstaat, omdat het daar in de lente en zomer al snel warm is. Daar warmt ook de aarde meer op dan bij ons. Die warme lucht wil weg en zorgt door de beweging en afkoeling bij ons voor hogere druk, met aanvoer uit het zuiden en oosten van droge lucht met weinig wolken.”