Over drie weken gaan we elkaar weer
rozen geven. Om de liefde bevestigen, of op hoop van zegen. Maar geef dan geen rozen die vol zitten met
gif.
Rode rozen lijken misschien het ultieme romantische gebaar, maar een deel van de bossen in de Nederlandse vaas is
letterlijk doordrenkt met gif. Een nieuw advies van het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoeksprogrammering (BuRO) van de NVWA laat zien dat rozen en andere snijbloemen die buiten de EU zijn gekweekt vaak hoge gehaltes aan gewasbeschermingsmiddelen bevatten, soms met stoffen die in Europa niet eens meer zijn toegestaan. Volgens het
RIVM kunnen sommige van die middelen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen die met bloemen werken.
Denk nou niet dat Nederlandse bloemen 'veilig' zijn. Dat zijn ze niet. Bloemen uit de Nederlandse sierteelt bevatten vrijwel altijd meetbare resten van bestrijdingsmiddelen, maar voor consumenten gaat het om zeer kleine hoeveelheden waarbij directe gezondheidsrisico’s volgens de huidige kennis beperkt lijken. Het echte probleem zit vooral bij telers en bloemisten (beroepsmatige blootstelling) en bij effecten op bijen en milieu; daar worden wel duidelijk risico’s gezien. Maar zo erg als de buitenlandse bloemen is het niet.
Het probleem zit in het gat in de regelgeving. Voor voedsel gelden strikte Europese maxima voor pesticiden, maar voor bloemen bestaan zulke grenzen niet. BuRO waarschuwt dat geïmporteerde rozen uit Afrika en Zuid‑Amerika “hoge gehaltes aan residuen van verschillende gewasbeschermingsmiddelen” kunnen dragen en daardoor risico’s opleveren voor zowel werknemers in de sector als voor het milieu, bijvoorbeeld als bloemen op de composthoop belanden. De NVWA adviseert inmiddels om rozen uit derde landen niet bij het GFT maar bij het restafval te gooien.
Voor consumenten zijn de directe
gezondheidsrisico’s beperkt zolang je geen blaadjes eet, maar bloemnisten, veilingmedewerkers en chauffeurs ademen dag in dag uit pesticiden in en krijgen ze op hun huid.
Onderzoek bij bloemisten vond tientallen verschillende pesticiden in urine, wat wijst op dagelijkse blootstelling met mogelijk langdurige effecten. Wie iemand echt liefheeft, kan op Valentijn daarom beter kiezen voor biologische of lokaal geteelde bloemen, of een heel ander, gifvrij gebaar: van een plant uit de buurt tot een etentje of wandeling. Liefde hoeft niet naar pesticide te ruiken. Of niks. Dat kan natuurlijk ook.