Dat mensen en honden al eeuwen samenleven, weten we. Maar hoe diep die band genetisch reikt, begint nu pas duidelijk te worden. Nieuw onderzoek van de universiteit van Cambridge laat zien dat golden retrievers en mensen verrassend veel genetische overlap vertonen als het gaat om gedrag en emoties.
Honden zijn al zo lang onderdeel van menselijke samenlevingen dat sommige wetenschappers spreken van co-evolutie: we zijn letterlijk naast elkaar mee veranderd. Waar oude wolfachtigen ooit werden geselecteerd op hun vermogen om ons voedsel te eten, ontwikkelden honden later psychologische eigenschappen die ons samenzijn versterkten. Ze begrijpen onze gebaren beter dan chimpansees, reageren scherp op menselijke emoties en weten vaak precies hoe we ons voelen. Tegelijkertijd lijken wij intuïtief veel hondensignalen te begrijpen.
Toch brengt deze nauwe relatie ook problemen met zich mee. In de drukte van de stad blijken honden opvallend vaak stress te ervaren. Dat heeft onderzoekers ertoe aangezet te vragen in hoeverre mentale kwetsbaarheden misschien ook gedeeld worden. Zo werd onlangs bij honden een genetische marker gevonden die lijkt op die van autisme bij mensen.
Twaalf genetische overeenkomsten
Het nieuwe Cambridge-onderzoek gaat een stap verder. De onderzoekers analyseerden het DNA en gedrag van 1300 golden retrievers en vergeleken die gegevens met menselijke genen die van dezelfde evolutionaire oorsprong zijn. Vervolgens werd onderzocht welke menselijke psychologische processen met deze genen samenhangen.
Daaruit kwamen twaalf genen naar voren waarin opvallende overeenkomsten tussen beide soorten zichtbaar waren. Sommige verbanden waren logisch, zoals genen die bij zowel hond als mens samenhangen met angst. Andere bleken subtieler. Zo was het gen ADD2 bij honden gelinkt aan angst voor vreemden, terwijl het bij mensen voorkomt bij depressie. Maar juist depressie gaat vaak gepaard met sociale terugtrekking, wat verklaart waarom een hypersociaal dier als de hond dit genetische signaal misschien juist uit in terughoudendheid tegenover onbekenden.
Ook werden genen gevonden die te maken hebben met leervermogen. Bij mensen hangen die niet alleen samen met intelligentie, maar ook met gevoeligheid voor fouten. Honden kunnen niet op dezelfde manier nadenken over zichzelf als mensen. Maar ze kunnen wel, net als mensen, verschillen in hoe gevoelig ze zijn voor dingen die onaangenaam of stressvol zijn. Die gevoeligheid kan bij beide soorten door vergelijkbare genen worden beïnvloed.
Hoofdauteur Enoch Alex zeggen daarover: “Sommige honden lijken lastig, maar zijn in werkelijkheid vooral overprikkeld.” Net als sommige mensen.