Donald Trumps oorlog gaat over maar één ding: Donald Trump.

Politiek
zondag, 01 maart 2026 om 13:43
294732966_m
Donald Trumps oorlog gaat over maar één ding: Donald Trump. Dat is in één zin de strekking van Michael Wolffs vlijmscherpe analyse in The Daily Beast, en het past naadloos in het beeld dat hij al jaren schetst van een “government of one”.

Oorlog als egoproject

Officieel gaat deze nieuwe oorlog tegen Iran over veiligheid, nucleaire dreiging en regime change. In de praktijk lijkt het vooral een spektakelstuk waarin Trump zelf de hoofdrol opeist. De nachtelijke videoboodschap, in een witte USA‑pet en zonder stropdas, oogt meer als een campagne‑event dan als een zorgvuldig afgewogen oorlogsverklaring. Het is televisie, geen strategie.
Wolff beschrijft hoe Trump steeds opnieuw laat zien dat hij vooral bezig is met het verhaal over zichzelf: de sterke leider die ingrijpt, de man die “grote beslissingen” neemt, de president die het nieuws domineert. Oorlog is in die logica een handig instrument: als er bommen vallen, praat niemand meer over zijn rechtszaken, mislukkingen of chaos in het Witte Huis.

De “government of one”

Wolff noemt het een overheid van één persoon: beleid is niet het resultaat van overleg, expertise of procedures, maar van wat er op een willekeurig moment in Trumps hoofd omgaat. Medewerkers in het Witte Huis zouden vooral bezig zijn met het managen van zijn impulsen, het voorspellen van zijn grillen en het repareren van de schade achteraf. Geen groot geopolitiek schaakspel, maar improvisatietheater.
Dat verklaart ook de inconsistentie in de officiële rechtvaardiging van de oorlog. Eerder verkondigde Trump dat het Iraanse nucleaire programma “geobliterated” was; nu moet er ineens opnieuw militair worden ingegrepen om precies datzelfde gevaar af te wenden. De lijn is niet strategisch, maar psychologisch: als het narratief daarom vraagt, wordt het verhaal gewoon herschreven.

Boomer‑wrok en historische wraak

Opvallend is Trumps verwijzing naar de gijzelingscrisis van 1979. Voor veel oudere Amerikanen is dat een trauma: vernederde diplomaten, een machteloze VS. Door juist dat beeld op te roepen, speelt Trump in op boomer‑wrok én op zijn eigen fixatie op vernedering en wraak. Het gaat niet alleen om Iran nu, maar om een symbolische correctie van een oud gevoel van machteloosheid.
Wolff wijst er fijntjes op dat Trump geen enkele interesse lijkt te hebben in de historische en politieke complexiteit van Iran. Terwijl je met één boek al ziet hoe gelaagd dat land is, blijft het Witte Huis gevangen in simplistische slogans over goed en kwaad. Dat maakt de oorlog des te gevaarlijker: er is geen duidelijk einddoel, alleen de behoefte om “te laten zien wie de baas is”.

Aanval op de boodschapper

Zoals altijd volgt na scherpe kritiek een frontale aanval op de boodschapper. Vanuit het Witte Huis wordt Wolff weggezet als fantast, leugenaar en patiënt in het kamp van “Trump Derangement Syndrome”. Het is een vertrouwd patroon: ga nooit in op de inhoud, maar vernietig de geloofwaardigheid van degene die het verhaal vertelt.
Juist dat bevestigt Wolffs punt. Een leider die geen kritiek tolereert, die de werkelijkheid voortdurend buigt rond zijn eigen ego en die oorlog inzet als decorstuk voor zijn persoonlijke drama, maakt de wereld niet veiliger. Hij maakt haar onvoorspelbaarder.
In dat licht is Trumps oorlog niet in de eerste plaats een conflict tussen staten, maar een conflict tussen één man en alles wat zijn zelfbeeld bedreigt. De vraag is niet of Iran verandert door deze oorlog. De vraag is hoeveel schade de rest van de wereld oploopt door een oorlog die in de kern maar één doel heeft: Donald Trump zelf centraal houden.
loading

Loading