Donald Trumps terugkeer in het Witte Huis en zijn stuntelige poging om Groenland te bemachtigen, hebben in
Europa een oud en ongemakkelijk debat heropend: kan het continent zichzelf nucleair beschermen als Amerika afhaakt?
(
The Economist: Can Europe do nuclear deterrence without America?)In steeds meer hoofdsteden schuift een oud taboe aan de kant. Zweden, ooit geheime kernwapenontwikkelaar en later kampioen van ontwapening, discussieert nu openlijk over een gezamenlijk Noord-Europees kernprogramma, mogelijk met Duitsland. Ook in Berlijn wordt achter de schermen nagedacht over “Plan B” als de Amerikaanse nucleaire paraplu inklapt, terwijl de Poolse premier Donald Tusk heeft laten doorschemeren dat Polen wellicht eigen
kernwapens nodig heeft.
Maar de echte verschuiving vindt plaats bij de twee Europese kernmachten die er al zijn: Frankrijk en Groot‑Brittannië. Londen heeft zijn Trident‑arsenaal al langer onder
NAVO‑commando beschikbaar, Parijs hield zijn force de frappe altijd strikt nationaal maar erkende wel een “Europese dimensie” van de Franse vitale belangen. In 2025 trokken beide landen dat verder naar elkaar toe met de Northwood‑verklaring: ze spraken af hun kernstrategie te coördineren en stelden dat er geen “extreme bedreiging voor
Europa” denkbaar is die geen gezamenlijke reactie zou uitlokken.
Sindsdien is een Brits‑Franse nucleaire stuurgroep actief en mocht het Verenigd Koninkrijk voor het eerst meekijken met de Franse “Poker”-oefening, een simulatie van de inzet van de luchtmacht als strategische kernmacht. President Emmanuel Macron biedt tegelijk voorzichtig aan om de Franse afschrikking explicieter te koppelen aan de veiligheid van het continent, zonder de ultieme beslissingsmacht over een nucleaire lancering uit handen te geven.
Critici, vooral in Washington, vinden dit allemaal symboliek: de Franse en Britse arsenalen blijven veel kleiner dan dat van Amerika en missen de capaciteit om in een groot oorlogsscenario Russische raketten vóór lancering massaal uit te schakelen. Toch wint in Duitsland en Scandinavië het argument terrein dat een Europese knop in Parijs of Londen politiek geloofwaardiger is dan een Amerikaanse president die steeds openlijker twijfelt aan
NAVO‑verplichtingen.
De kernvraag blijft daarmee onbeantwoord:
Europa kan zijn nucleaire lot minder afhankelijk maken van Washington, maar een volwaardig alternatief voor de Amerikaanse paraplu vergt tientallen jaren, enorme investeringen én politieke eensgezindheid – precies waar het continent nu aan ontbreekt.
Kerncijfers Europese afschrikking Kernmachten in Europa:
Frankrijk (ca. 290 kernkoppen),
Groot‑Brittannië (ca. 225).
Amerikaanse
kernwapens in
Europa: naar schatting 100–150 tactische bommen, gestationeerd in o.a. Duitsland, Italië, België en Nederland.
Aantal
NAVO‑lidstaten zonder eigen
kernwapens onder de Amerikaanse paraplu: ruim 20.
Zonder de VS beschikt
Europa dus over een aanzienlijk, maar beperkt arsenaal – voldoende voor afschrikking, niet voor totale autonomie.