Bij Lobith stroomde donderdag minder
water ons land binnen dan ooit is gemeten. Officieel staat Nederland op niveau 2 van vier: feitelijk watertekort. Eén trede hoger ligt het draaiboek waar niemand aan wil, met de minister aan het stuur en een crisisstructuur die sinds 2003 niet meer nodig was.
De rivier zakt door zijn eigen bodem
Donderdag meldde Rijkswaterstaat bij Lobith een waterstand van ruim 6,4 meter boven NAP. Dat is lager dan het vorige laagterecord van 6,48 meter uit augustus 2022 en daarmee het laagste peil sinds het begin van de metingen. Er stroomde nog 692 kubieke meter water per seconde ons land binnen; normaal is dat in deze periode ruim het dubbele. De verwachting is dat de stand de komende dagen verder zakt.
Toch zag het landelijke
droogte-overleg deze week geen aanleiding voor extra landelijke of bovenregionale maatregelen. Nederland blijft dus staan op niveau 2, het niveau waar het sinds 16 juli op zit. Dat roept één vraag op die zelden fatsoenlijk beantwoord wordt: wat gebeurt er eigenlijk als het wél een tandje erger wordt?
Niveau 3 is geen weerbericht. Het is een politiek besluit.
Wat ‘niveau 3’ precies is
Het landelijk draaiboek waterverdeling en droogte kent vier standen. Niveau 0 is normaal beheer. Niveau 1 is een dreigend watertekort — dat kondigde de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling op 1 juli af. Niveau 2 is een feitelijk watertekort, waarbij het Managementteam Watertekorten de landelijke afstemming overneemt. Daarboven zit alleen nog niveau 3: een (dreigende) crisis watertekort.
Het criterium klinkt bureaucratisch, maar is glashelder. Er moet sprake zijn van een dreigend nationaal watertekort met grote maatschappelijke gevolgen. Concreet: in vrijwel alle regio’s moet fors gekort worden op water voor de laagste twee categorieën van de verdringingsreeks, en regionaal komt de watervoorziening voor de hoogste twee categorieën in gevaar. Daar hoort nadrukkelijk ook een politiek-bestuurlijke afweging bij.
De minister beslist, niet de dijkgraaf
Het grootste verschil zit in wie er aan de knoppen zit. Bij niveau 2 is de directeur-generaal van Rijkswaterstaat de spil. Bij niveau 3 besluit de minister van Infrastructuur en Waterstaat zelf tot opschaling. Het Nationaal Crisiscentrum van Justitie en Veiligheid schaalt dan interdepartementaal op, met achtereenvolgens een interdepartementaal afstemmingsoverleg, de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing en uiteindelijk de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing.
Dat is dezelfde structuur die bij een pandemie of een grote ramp wordt opgetuigd. Water wordt dan geen technisch verdeelvraagstuk meer, maar een kabinetsdossier waar ook de ministeries van Landbouw, Economische Zaken en Justitie aan tafel zitten. Besluiten worden op ministerieel niveau genomen — over welke boer, welke fabriek en welk natuurgebied nog water krijgt.
De verdringingsreeks
Bij watertekort ligt wettelijk vast wie voorgaat. Categorie 1 is veiligheid en het voorkomen van onomkeerbare schade: dijken en kwetsbare natuur. Categorie 2 is nutsvoorzieningen, dus drinkwater en energie. Categorie 3 is kleinschalig hoogwaardig gebruik, zoals kapitaalintensieve gewassen. Categorie 4 is de rest: gewone landbouw, scheepvaart, industrie, stedelijk water. Nederland wijkt hiermee af van Europees beleid, dat drinkwater bovenaan zet.
Wat er dan verandert aan de kraan en in de sloot
De eerlijke boodschap: aan uw kraan waarschijnlijk niets. Drinkwater zit in de tweede categorie en is ook nu niet in gevaar, verzekeren de drinkwaterbedrijven. Wat wél verandert, is alles daaromheen. Beregeningsverboden worden landelijk opgeschaald in plaats van per waterschap. Onttrekkingen uit rijkswater kunnen volledig op slot. Sluizen gaan nog minder open, schepen varen nog lichter beladen, en de vraag welke goederenstromen voorrang krijgen wordt dan een politieke keuze — vergelijkbaar met de luchttransporten tijdens corona.
Ook nu al zijn de gevolgen zichtbaar: onttrekkingsverboden in Limburg, Brabant, Gelderland en Overijssel, sluis Eefde gestremd, negatieve zwemadviezen, blauwalg, vissterfte en droogtescheuren in dijken. Niveau 3 zou dat niet nieuw maken, maar wel landelijk verplichtend.
In 2003 liep in Wilnis een uitgedroogde veendijk gewoon de woonwijk in.
2003: het jaar waarin een dijk wegliep
De laatste keer dat niveau 3 werd ingezet was in 2003. Wat er toen gebeurde, is een nuttige geheugensteun. In de nacht van 25 op 26 augustus schoof een uitgedroogde veenkade bij Wilnis over zestig meter richting de woonwijk; ongeveer 230.000 kubieke meter water stroomde de polder in en vijftienhonderd mensen werden geëvacueerd. Dagen later begaf een veenkade in Terbregge het ook.
Daarnaast konden elektriciteitscentrales onvoldoende gekoeld worden, waardoor de continuïteit van de stroomvoorziening in gevaar kwam. Twee centrales kregen verruiming van de koelwaternormen. Op de IJssel werd voor het eerst in de geschiedenis eenrichtingsverkeer voor de scheepvaart ingesteld.
Waarom 2003 alarmerender was dan het cijfer suggereert
Hier wordt het ongemakkelijk. Het neerslagtekort van 2003 kwam uit op 230 millimeter — de evaluatienota van het kabinet noemde die zomer destijds “meer dan gemiddeld droog maar zeker niet extreem”. Recordjaar 1976 haalde 361 millimeter. Nederland stond op 21 juli van dit jaar al op ruim 226 millimeter, en dat tekort is sindsdien verder opgelopen, met augustus en september nog voor de boeg.
Dat betekent niet automatisch dat niveau 3 eraan komt. De opschaling hangt niet aan een millimeterdrempel, maar aan de vraag of het watersysteem het nog aankan en of de maatschappelijke gevolgen politiek onhoudbaar worden. Het watersysteem is sinds 2003 fors verbeterd: de zoetwaterbuffer in het IJsselmeer is met 400 miljard liter vergroot en de klimaatbestendige wateraanvoer naar West-Nederland is uitgebreid.
Precies daarom is het antwoord op de openingsvraag voorlopig geruststellend én ongemakkelijk. Voorlopig blijft het bij niveau 2. Maar de modellen van Rijkswaterstaat kijken twee weken vooruit, en daarna is het volgens het ministerie zelf “meer schatten dan meten”.
Meer weten?