Deze twee gewoontes zijn irritant, maar volgens psycholoog Mark Travers zijn ze een bewijs van hoge intelligentie.

Wetenschap
maandag, 08 juni 2026 om 9:15
172192801_m
Aarzelen en eindeloos uitweiden lijken zwaktes, maar volgens psycholoog Mark Travers zijn het juist signalen van een bovengemiddeld intelligent brein.
Wie tijdens een vergadering halverwege van mening verandert, oogst zelden applaus. De omgeving leest het al snel als twijfel, gebrek aan voorbereiding of onzekerheid. Volgens de Amerikaanse psycholoog Mark Travers, die regelmatig publiceert in Psychology Today, zegt dat gedrag iets heel anders. In zijn analyse beschrijft hij twee veelvoorkomende, vaak als irritant ervaren gewoontes die juist wijzen op een bovengemiddeld brein.
Gewoonte 1: midden in een gesprek je standpunt herzien. Wie nieuwe informatie hoort en die meteen verwerkt, corrigeert zijn koers. Vasthouden aan een eerder standpunt zou betekenen dat hij die nieuwe gegevens negeert. Travers verwijst naar de zogenoemde vloeiende intelligentie: het vermogen om in onbekende situaties te redeneren. Dat type intelligentie gaat hand in hand met cognitieve flexibiliteit. Het onderzoek uit Cognitive Research: Principles and Implications bevestigt het patroon: hoe scherper iemand redeneert, hoe gemakkelijker hij of zij oude overtuigingen loslaat.
Gewoonte 2: een simpele vraag beantwoorden met een college van vijf minuten. Vraag een onderzoeker waar hij aan werkt en je krijgt zijn hele vakgebied uitgelegd. Vraag een ingenieur hoe een functie werkt en je krijgt de complete architectuur. Psychologen noemen dit de curse of knowledge – de vloek van kennis. Experts overschatten systematisch wat hun gesprekspartner al weet, en beginnen daardoor bovenin hun eigen mentale structuur, ver boven het referentiekader van de luisteraar.
Goedbedoeld, maar sociaal kostbaar. Zo'n uitgebreid antwoord komt vaak voort uit precisie en nuance, maar wordt door de ontvanger ervaren als vermoeiend of zelfs neerbuigend. Travers waarschuwt dat het ook andersom kan werken: wie te veel context geeft, kan de indruk wekken een gebrek aan kennis te maskeren met complexiteit.
Wat betekent dit voor de werkvloer? Travers pleit niet voor wollig getwijfel of eindeloze monologen. Hij maakt vooral een tegengeluid hoorbaar in een cultuur die snelheid en stelligheid premieert. In organisaties waar besluitvaardigheid het hoogste goed is, lopen juist de meest reflectieve denkers het risico te worden onderschat. Een gezonde vergadercultuur, zo suggereert hij impliciet, maakt ruimte voor mensen die hardop nadenken – en die op basis van nieuwe argumenten gewoon van mening durven veranderen.
Twijfelaar of slimmerik? Waarom van mening veranderen juist een teken van intelligentie is

Niet de snelste prater in de vergaderzaal is automatisch de slimste. In het tijdschrift Cognitive Research: Principles and Implications (2024) lieten onderzoekers zien dat deelnemers met een hoge vloeiende intelligentie hun mening sneller bijstelden zodra ze nieuwe, correcte informatie kregen. Mensen met een zwakker redeneervermogen hielden vaker vast aan onjuiste overtuigingen, zélfs na correctie. Cognitieve flexibiliteit – het vermogen om je standpunt te herzien – blijkt dus eerder een teken van denkkracht dan van besluiteloosheid.

loading

Loading