Toxic masculinity is zo’n term die online te pas en te onpas wordt gebruikt. Op X, Instagram en in talkshows staat het synoniem voor alles wat er mis zou zijn met mannen: agressie, seksisme, dominantie. Het begrip klinkt misschien wetenschappelijk, maar er is opvallend weinig goed onderzoek naar gedaan.
Tot nu toe dan, want onlangs verscheen er een grootschalige studie met de veelzeggende titel: Are Men Toxic? De onderzoekers, onder leiding van Deborah Hill Cone van de University of Auckland, analyseerden gegevens van meer dan 15.000 heteroseksuele mannen uit Nieuw-Zeeland, variërend in leeftijd van 18 tot 99 jaar.
In plaats van mannen over één kam te scheren, kozen de wetenschappers voor een genuanceerde aanpak. Ze keken naar acht mogelijke kenmerken die vaak met ‘toxische mannelijkheid’ worden geassocieerd. Denk aan seksisme, narcisme, onaangenaam gedrag, afkeer van homo’s, weerstand tegen initiatieven tegen huiselijk geweld en een voorkeur voor hiërarchie en dominantie. Ook werd gekeken naar hoe centraal ‘man-zijn’ staat in iemands identiteit.
Met behulp van geavanceerde statistische modellen deelden de onderzoekers de mannen in vijf groepen in. En daar komt de clou: de overgrote meerderheid van de mannen bleek helemaal niet toxisch.
De grootste groep, goed voor 35,4 procent, kreeg het label ‘Atoxics’. Deze mannen scoorden laag op alle problematische kenmerken. Daarnaast waren er twee grote middengroepen (samen ruim 53 procent) die laag tot gemiddeld scoorden. Geen heiligen, maar ook zeker geen karikaturen van de ‘boze man’.
Stereotype bestaat bijna niet
Echt interessant wordt het bij de twee kleinste groepen. Slechts 7,6 procent viel in de categorie ‘benevolent toxic’. Deze mannen zien vrouwen niet openlijk als minderwaardig, maar benaderen hen wel vanuit stereotype ideeën: beschermend, betuttelend, zogenaamd respectvol. Het klinkt vriendelijk, maar het blijft ongelijkwaardig. De kleinste groep, ongeveer 3,2 procent, werd aangeduid als ‘hostile toxic’. Hier zien we de klassieke schrikbeelden: openlijk vijandig seksisme, verzet tegen beleid tegen huiselijk geweld, narcisme en een sterke drang naar dominantie.
Alles bij elkaar opgeteld komt de studie tot een opvallende conclusie: slechts 10,8 procent van de mannen vertoont duidelijke kenmerken van toxische mannelijkheid. Met andere woorden: bijna 90 procent is volstrekt normaal.
‘De man’ als probleem bestaat dus simpelweg niet. Er bestaan wel problematische opvattingen, bij een relatief kleine minderheid en zelfs die zijn niet allemaal hetzelfde. Volgens de onderzoekers is dat onderscheid cruciaal als we toxisch gedrag willen tegengaan. En het is ook wel zo eerlijk naar al die mannen die helemaal niet seksistisch of anderszins naar zijn.