Het nieuwe onderzoek laat zien dat vooral het gevoel van
eenzaamheid het
brein en de levensverwachting onder druk zet – niet simpelweg het feit dat iemand vaak alleen is
Wat hebben de onderzoekers gevonden?
Onder leiding van psycholoog Tomiko Yoneda (Universiteit van Californië, Davis) analyseerden onderzoekers gegevens van ruim 175.000 vooral middelbare en oudere volwassenen uit 18 landen in Noord‑Amerika en Europa. De deelnemers, gemiddeld 64,5 jaar oud, werden tot 26 jaar gevolgd in elf langlopende studies naar veroudering en cognitieve
gezondheid. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen sociaal isolement – weinig contact met anderen – en eenzaamheid, het innerlijke gevoel dat het sociale leven tekortschiet.
Voor elke 10 procent toename in ervaren eenzaamheid steeg de kans op ernstige cognitieve stoornissen, zoals dementie, met ongeveer 8 à 9 procent. Tegelijk nam de kans op overlijden met circa 5 procent toe. Opvallend is dat deze verbanden bleven bestaan nadat was gecorrigeerd voor sociaal isolement, depressie, leeftijd, geslacht en opleiding.
Waarom telt gevoel zwaarder dan feit?
Sociaal isolement bleek op zichzelf slechts zwak samen te hangen met cognitieve achteruitgang en overlijden, en dat verband verwaterde grotendeels zodra
eenzaamheid werd meegewogen. Eenzaamheid had juist het grootste effect in het vroege stadium van cognitieve problemen: mensen zonder beperkingen hadden bij meer eenzaamheid een duidelijk hogere kans om milde geheugen‑ en denkproblemen te ontwikkelen. Wie zich vaker eenzaam voelde, herstelde bovendien minder vaak van lichte cognitieve problemen naar een normale functie.
De auteurs benadrukken dat het om observationeel onderzoek gaat: er is een sterk verband, maar geen keihard bewijs dat eenzaamheid cognitieve achteruitgang veroorzaakt. Mogelijk versterken vroege geheugenproblemen op hun beurt het gevoel van eenzaamheid, waardoor een neerwaartse spiraal ontstaat.
Breder maatschappelijk signaal
De studie sluit aan bij waarschuwingen van de Amerikaanse Surgeon General, die eenzaamheid al bestempelde als een ‘epidemie’ met gezondheidsrisico’s die vergelijkbaar zijn met stevig roken. Artsen en beleidsmakers krijgen hiermee extra munitie om standaard te vragen naar hoe vaak patiënten zich eenzaam voelen, niet alleen naar het aantal sociale contacten. Want als het om het brein gaat, lijkt vooral de vraag te zijn: niet hoeveel mensen u ziet, maar hoe alleen u zich voelt.