Wie na weken wachten eindelijk bij een psycholoog aan tafel zit, denkt dat het gesprek begint met de klacht. Of met een vragenlijst. In de praktijk is de deur nog niet dicht als de eerste observatie al is gedaan — en die gaat over een jas.
De Parijse klinisch psycholoog
Claire Petin beschreef drie dingen waar ze bij een eerste consult naar kijkt voordat er één zin is gezegd. Geen van de drie gaat over wat de patiënt vertelt.
Waar iemand zijn spullen neerlegt
Op de knieën, als een schild? Op de grond, zonder erover na te denken? Of netjes ernaast? Sommige mensen doen hun jas niet eens uit, alsof ze elk moment weer kunnen vertrekken. Een tas stevig tegen het lichaam geklemd kan wijzen op een behoefte aan houvast, of op weerstand om zich te openen. Spullen wat verder wegzetten leest ze als een eerste teken van vertrouwen.
"Als u mijn praktijk binnenstapt, zie ik subtiele dingen die soms uitdrukken wat woorden nog niet kunnen zeggen."
Of iemand wacht tot zij begint
Sommige patiënten barsten in tranen uit voordat ze zitten, overspoeld door emotie zodra de deur opengaat. Anderen praten onmiddellijk, alsof de woorden niet langer te behouden zijn. En een derde groep laat een stilte vallen en wacht — hopend dat zij begint, of impliciet wachtend op toestemming om zelf te mogen praten.
Of iemand haar aankijkt
Oogcontact kan intiem en zelfs beangstigend zijn, dus wordt het ontweken: uit schroom, uit verlegenheid, of omdat de emotie te heftig is. Het omgekeerde komt net zo vaak voor. Iemand zoekt haar blik juist intens op, misschien om het gesprek te sturen, misschien om bevestiging te krijgen.
En dan de nuchtere vraag: klopt het?
Dat lichaamstaal een taal is, met een woordenboek waarin gekruiste armen "afweer" betekenen, is een van de hardnekkigste mythes in de psychologie. Onderzoekers noemen het veld inmiddels doortrokken van pseudowetenschap: er bestaan geen stabiele, eenduidige betekenissen achter losse gebaren. Wie beweert de geheime taal van het lichaam te kunnen verkopen, verkoopt iets anders.
"Non-verbaal gedrag is onnauwkeurig."
Het beruchte cijfer dat communicatie voor 93 procent non-verbaal zou zijn, is een misverstand: het komt uit onderzoek naar tegenstrijdige signalen — het woord "boos" met een brede glimlach — en de bedenker gaf zelf toe dat de percentages een eigen schatting waren. Ook het idee dat liegen aan gedrag valt af te lezen, houdt geen stand: mensen zitten rond de 54 procent goed, en in een analyse van ruim 45.000 beoordelingen zelfs op 51 procent. Muntje opgooien, dus.
Wat Petin zelf doet, is voorzichtiger dan een leestruc. Ze gebruikt haar observaties niet om iemand in een hokje te duwen, maar om beter aan te sluiten bij wie er tegenover haar zit. Dat is klinische aandacht, geen persoonlijkheidstest.
Meer weten?