Onze telefoon pingt, trilt en lonkt. Zelfs als hij ongebruikt op tafel ligt, trekt hij onze aandacht. Concentratie is voor velen allang niet meer vanzelfsprekend, maar een dagelijkse worsteling.
De markt reageert voorspelbaar. Voor elk probleem bestaat een app, dus ook voor afleiding. Focus-apps beloven orde in de chaos met timers, blokkades, beloningen en virtuele schouderklopjes. Download, klik en je leven wordt productiever. Althans, dat is het verhaal.
Maar om te begrijpen of zulke apps werkelijk helpen, moeten we eerst eerlijk kijken naar de kern van het probleem. Gebrek aan focus is zelden een technisch mankement. Het draait om zelfregulatie: het vermogen om gedachten, gevoelens en gedrag te sturen in dienst van een doel. En dat gaat mis zodra een taak saai, stressvol of vervelend voelt. Dan zoeken we verlichting. Die zit tegenwoordig vrijwel altijd in onze broekzak.
Opvallend genoeg is er weinig wetenschappelijk bewijs dat onze concentratiecapaciteit structureel achteruitgaat. Wat wél verandert, zijn de eisen die de moderne wereld aan die capaciteit stelt. Multitasking, voortdurende digitale prikkels en het permanente ‘aan’ staan maken afleiding voor sommigen een probleem.
Enter de focus-apps. Met schattige avatars en spelelementen proberen ze ons bij de les te houden. Een voorbeeld is een app waarin een klein figuurtje rustig zit te breien zolang jij geconcentreerd werkt. Open je Instagram, dan rafelt het breiwerk uit elkaar en kijkt de figuur bedroefd. Blijf je gefocust, dan verdien je sokken, sjaals en kamerdecoratie. Wie kan daar tegenop?
Psychologisch gezien zit het slim in elkaar. Er zijn directe beloningen, vervangende genoegens (even geen werkplezier, maar wel digitale gezelligheid) en het beroep op onze neiging tot consistent gedrag. We houden nu eenmaal niet van het breken van beloftes, zelfs niet aan onszelf. En hoe meer je investeert in het virtuele kamertje, hoe groter de motivatie om het te ‘beschermen’.
Werkt het? Het eerlijke antwoord: we weten het nauwelijks. Onderzoek naar focus-apps is schaars. Wat er is, suggereert dat gebruikers ze leuk vinden, maar niet per se effectief. Simpele ingrepen, zoals je telefoon op grijswaarden zetten, blijken soms meer impact te hebben. Plezier is geen garantie voor productiviteit.
Tijdelijk steuntje in de rug
Dat betekent niet dat focus-apps nutteloos zijn. Voor wie een automatische, bijna dwangmatige neiging heeft om zijn telefoon te checken, kunnen ze een tijdelijk steuntje zijn. Mits je ze bewust gebruikt: plan duidelijke werksessies, kies één concrete taak en accepteer dat ongemak erbij hoort. Focus voelt niet altijd fijn.
De valkuil? Dat we druk bezig zijn met focussen op het focussen. Apps meten geen kwaliteit en zijn eenvoudig te omzeilen. En belangrijker: ze lossen de innerlijke onrust niet op die ons steeds weer naar afleiding trekt.
Misschien ligt de sleutel tot betere concentratie niet in de volgende download, maar in diagnose. Leren opmerken wat je voelt, bewust kiezen hoe je reageert en besluiten waar je je aandacht aan wilt geven.