Het kabinet zegt al weken dat gepensioneerden in 2027 een kleine plus houden. Gemiddeld klopt dat. Toch gaat ongeveer een derde van de gepensioneerden er volgend jaar op achteruit. Of jij daarbij hoort, hangt vooral af van je pensioenfonds.
Dat schrijft staatssecretaris Eerenberg van Financiën in antwoorden aan de Tweede Kamer van 9 oktober, meldt
Dagelijkse Standaard. Gemiddeld komen gepensioneerden uit op een plus van 0,3 procent. Volgens het kabinet gaat de koopkracht van circa 34 procent van hen er toch op achteruit.
Het getal stond niet in de tabel
Dat cijfer stond niet in de koopkrachttabel die het kabinet eind september presenteerde. Daar stond alleen het gemiddelde. JA21 vroeg hoeveel AOW'ers er volgend jaar toch op achteruitgaan, mede door de verlaging van de ouderenkorting. Wie precies in die 34 procent valt, zegt het kabinet er niet bij.
In augustus ging het CPB voor gepensioneerden nog uit van gemiddeld 0,5 procent erbij, zoals we
toen schreven. Rond Prinsjesdag werd dat 0,3 procent. Ouderenorganisatie ANBO-PCOB rekende daarna voor twee voorbeeldhuishoudens een min uit in plaats van een plus, lees je in
ons eerdere stuk. Nu zegt het kabinet zelf dat het gemiddelde voor een grote groep niet opgaat.
Gemiddeld een plus van 0,3 procent, maar een op de drie gepensioneerden levert in.
De plus komt uit een eenmalige stap
Volgens het kabinet komt de gemiddelde plus doordat aanvullende pensioenen omhooggaan, vooral bij fondsen die overstappen naar het nieuwe pensioenstelsel. In de begroting van Sociale Zaken is gerekend met een gemiddelde verhoging van de aanvullende pensioenen van 7,6 procent in 2027. Het ministerie noemt de verhoging door de overstap incidenteel.
De
NOS legde eerder uit hoe dat werkt. In het oude stelsel moest elk fonds een buffer aanhouden om vaste uitkeringen te kunnen betalen. In het nieuwe stelsel is die grote buffer niet meer nodig. Het geld dat vrijkomt, gaat terug naar gepensioneerden: een flinke verhoging, maar wel een eenmalige.
Bij welk fonds zit jij?
Het gemiddelde van 7,6 procent zegt dus weinig over je eigen
pensioen. Fondsen moeten uiterlijk 1 januari 2028 zijn overgestapt. Daardoor zijn er grofweg vier situaties:
- Je fonds stapt op 1 januari 2027 over. Dat geldt onder meer voor ABP, het grootste fonds van Nederland, en voor PME, het fonds voor de metalektro. Hoeveel je pensioen stijgt, hangt af van hoe het fonds er bij de overstap financieel voor staat.
- Je fonds is al eerder overgestapt. Dan heb je de eenmalige stap al gehad. Wat er in 2027 gebeurt, hangt af van het beleggingsresultaat.
- Je fonds stapt pas in 2028 over. Dan geldt volgend jaar nog de oude regeling.
- Je hebt alleen AOW. Van de pensioenverhogingen merk je niets, maar de belastingmaatregelen raken je ook minder. Voor een alleenstaande met alleen AOW rekent het ministerie op 0,5 procent meer koopkracht.
Zet je fonds in 2027 niet de grote stap, dan mis je het grootste deel van de plus.
Wat er tegelijk van je netto afgaat
Tegenover de pensioenverhoging staan maatregelen uit het Belastingplan 2027. Voor AOW'ers is de ouderenkorting de belangrijkste. Die gaat met €100 omlaag. Omdat de korting eerst nog met de inflatie meestijgt, daalt het maximum per saldo van €2.067 naar €1.993, schrijft
Belastinghelden. Die verlaging helpt de hogere arbeidskorting betalen, en daar hebben gepensioneerden niets aan.
Ook schuiven de belastingschijven maar voor een deel mee met de inflatie: ongeveer 1,25 procent. Je betaalt dus iets meer belasting over hetzelfde inkomen. Daarnaast ligt er een voorstel om het heffingsvrij vermogen in box 3 te verlagen. Volgens de Kamerantwoorden gaan daardoor ongeveer 1,2 miljoen mensen extra box 3-belasting betalen, gemiddeld €90 per jaar. Wat dat voor een gepensioneerd stel met spaargeld betekent, lees je in
ons eerdere stuk.
Zo reken je het zelf na
Het kabinet rekent voor 2027 met 2,7 procent inflatie. Daar moet je pensioenverhoging minstens op uitkomen. Dagelijkse Standaard rekent het door voor een aanvullend pensioen van €1.500 per maand. Om de prijzen bij te houden, moet dat met €40,50 per maand stijgen. Verhoogt je fonds minder, dan lever je op dat deel van je inkomen koopkracht in.
Een voorbeeld: verhoogt je fonds met 2 procent, dan komt er op €1.500 bruto €30 bij. Dat is €10,50 per maand minder dan nodig. Door de lagere ouderenkorting wordt het verschil netto nog groter.
Wat je nu kunt doen
- Zoek op de website van je fonds op wanneer het overstapt naar het nieuwe stelsel: al eerder, op 1 januari 2027 of in 2028.
- Vermenigvuldig je bruto pensioen met het verhogingspercentage van je fonds. Dan weet je hoeveel euro er per maand bij komt.
- Vergelijk dat percentage met de 2,7 procent inflatie waar het kabinet van uitgaat. Zit je eronder, dan lever je op je aanvullende pensioen in.
- Betaal je nog hypotheekrente? Valt je inkomen in de afbouwzone van de ouderenkorting, die begint bij €46.577 verzamelinkomen? Dan levert elke €1.000 aftrek volgens de plannen €150 extra ouderenkorting op.
- Let op: de bedragen voor 2027 zijn nog voorstellen. De Tweede Kamer moet er nog over stemmen.