Het belastingtarief in box 3 verandert volgend jaar niet: het blijft 36 procent. Toch betaal je in 2027 meer belasting over je beleggingen, crypto of vakantiehuisje. De oorzaak zit in het fictief rendement waarmee de Belastingdienst rekent: dat stijgt van 6,00 naar 6,37 procent. Per €100.000 boven de vrijstelling kost dat je zo'n €133 extra per jaar.
Waarom je meer betaalt bij hetzelfde tarief
De vermogensbelasting in box 3 werkt niet met je werkelijke winst, maar met een fictief rendement: een vast percentage dat de Belastingdienst hanteert als veronderstelde opbrengst. Voor zogenoemde overige bezittingen (waaronder aandelen, obligaties, crypto en een tweede woning) is dat percentage voor 2027 definitief vastgesteld op 6,37 procent. In 2026 was het 6,00 procent. Die verandering stond al in de wet en is niet op Prinsjesdag besloten: het kabinet heeft op Prinsjesdag geen enkele nieuwe maatregel voor box 3 voorgesteld, aldus
Mr FOB.
Het forfait is gebaseerd op historische rendementen van twee jaar en langer geleden, verdeeld over onroerend goed (53 procent), aandelen (33 procent) en staatsobligaties (14 procent), meldt
FiscAlert. Omdat het tarief op 36 procent blijft staan, stijgt de effectieve belastingdruk op beleggingen van 2,16 naar 2,29 procent van de waarde. Op elke €100.000 boven het heffingsvrij vermogen betaal je zo'n €133 per jaar extra.
Het tarief blijft 36 procent. Maar het fictief rendement stijgt naar 6,37 procent, en dat maakt je aanslag duurder.
Drie voorbeelden doorgerekend
Het heffingsvrij vermogen stijgt licht, van €59.357 naar €60.098 per persoon en €120.196 voor fiscale partners. Alleen over het vermogen daarboven wordt belasting geheven. Hieronder drie situaties voor een alleenstaande, uitgaande van uitsluitend overige bezittingen.
- €150.000 aan beleggingen: belastbaar vermogen is €89.902. In 2027 betaal je circa €2.062 aan box 3-belasting, tegen circa €1.958 in 2026. Verschil: zo'n €104 per jaar extra.
- €200.000 in een tweede woning (geen hypotheek in box 3): belastbaar vermogen is €139.902. Je aanslag stijgt van circa €3.038 naar circa €3.208, zo'n €170 meer per jaar.
- €75.000 spaargeld: voor banktegoeden geldt een veel lager forfait (1,28 procent in 2026). Het percentage voor 2027 is nog niet bekend en wordt pas begin 2028 vastgesteld. Wie alleen spaargeld heeft, merkt van deze stijging voorlopig niets.
Op elke €100.000 boven de vrijstelling betaal je in 2027 circa €133 meer dan dit jaar.
Het nieuwe stelsel laat op zich wachten
Het kabinet zou op Prinsjesdag een novelle presenteren om de Wet werkelijk rendement box 3 aan te passen. Die novelle is er niet gekomen. Door onenigheid over de budgettaire dekking is de beslissing doorgeschoven naar de Voorjaarsnota van 2027, schrijft
PwC. De beoogde invoering van belasting op werkelijk rendement per 1 januari 2028 staat daarmee op losse schroeven.
Zolang het nieuwe stelsel er niet is, blijft het huidige forfaitaire systeem gelden, inclusief de tegenbewijsregeling. Je betaalt in 2027 dus opnieuw belasting over een fictief rendement, maar je mag aantonen dat je werkelijke rendement lager was.
Box 3 is overigens niet het enige onderdeel van het Belastingplan 2027 dat huishoudens raakt. Eerder schreven we al over wat de plannen betekenen voor gepensioneerden (Gepensioneerd in 2027: ouderenkorting omlaag, zorgpremie omhoog, dit kost het je) en voor startende zzp'ers (Net gestart als zzp'er? Je startersaftrek zakt van €2.123 naar €10, zonder compensatie).
Wat je vóór 1 januari kunt doen
- Check je vermogenspositie. De peildatum is 1 januari 2027: wat je op dat moment bezit, bepaalt je aanslag over heel 2027.
- Vergelijk je werkelijk rendement met het forfait van 6,37 procent. Haal je minder, dan kun je bij je aangifte kiezen voor belasting over het werkelijk rendement via de tegenbewijsregeling.
- Pas op met schuiven rond de peildatum. Beleggingen vlak voor 1 januari verkopen en kort erna terugkopen valt onder de peildatumarbitrageregeling. De Belastingdienst kijkt naar transacties in de drie maanden voor én na de peildatum.
- Heb je een fiscale partner? Zorg dat je allebei het heffingsvrij vermogen van €60.098 benut door het box 3-vermogen goed te verdelen.