Je hebt het waarschijnlijk zelf al gemerkt. Vroeger belde je om acht uur 's ochtends en had je een afspraak. Nu klinkt er een bandje dat je het online moet regelen. Het is geen pech en geen bezuiniging van je eigen
huisarts. Het is een bewuste keuze — en die keuze wordt sinds januari zelfs apart betaald.
Van telefoniste naar zorgverlener
De doktersassistent van vroeger verbond door. Die van nu doet zorg: wratten aanstippen, hechtingen verwijderen, oren uitspuiten, vaccinaties zetten, bloeddruk meten. Bijna negen op de tien assistenten houdt inmiddels zelfstandig spreekuur, met een eigen behandelkamer. Wie is opgeleid tot spreekuurondersteuner beoordeelt ook verkoudheid, hoestklachten, kleine wondjes en tekenbeten.
Dat betekent onvermijdelijk minder uren achter de telefoon.
Wie zorg verleent, kan niet tegelijk de wachtrij afhandelen.
De vragenlijst als portier
In plaats van de telefoon komt een website of app. Je meldt je aan met DigiD, doorloopt vragen over je klacht en stuurt desgewenst een foto mee — van die rode plek op je been bijvoorbeeld. Achter die vragen zit een beslisboom die de urgentie bepaalt, gebaseerd op de landelijke triagestandaarden.
Belangrijk: bij alarmsignalen kapt zo'n systeem de vragenlijst af en krijg je het advies direct de spoedlijn of 112 te bellen. Je zit dus niet te chatten terwijl je hart op hol slaat. Bij de eigen praktijk volgt normaal gesproken de volgende werkdag antwoord; via de digitale spoedpost in avond en weekend meestal binnen een half uur.
Er hangt nu een prijskaartje aan
Tot vorig jaar kregen praktijken een vergoeding voor 'service en bereikbaarheid'. Die is per 1 januari 2026 vervangen door een aparte prestatie voor digitale triage. Bij een van de grote zorgverzekeraars gaat het om 1,95 euro per ingeschreven verzekerde per jaar voor online inzage en contact, en 4,32 euro als daar digitale triage bij hoort.
De vergoeding voor de telefoonlijn is omgeruild voor een vergoeding voor het digitale loket.
Waarom praktijken bijna geen keus hebben
Het tekort is geen regionaal verhaal. Landelijk hebben 777.000 tot 926.000 mensen geen huisarts of zoeken ze een andere — ongeveer een op de twintig Nederlanders. Zes op de tien praktijken hadden in 2024 een patiëntenstop. En de komende twintig jaar verdwijnt naar verwachting 56 procent van de huisartsen uit het vak, deels door pensioen, deels door werkdruk. Wie blijft, werkt gemiddeld minder uren.
Waar het misgaat
De zwakke plek zit niet in de techniek, maar in de aanname dat iedereen meekan. Ongeveer de helft van de patiënten ziet digitale zorg als oplossing — maar uitsluitend voor eenvoudige vragen. Bij complexe klachten, of als het belangrijk is om gezien te worden, vinden ze het ongeschikt. Daar komt bij dat driekwart van de mensen moeite heeft met het begrijpen van zorginformatie.
De feiten
- Zonder huisarts of op zoek naar een andere: 777.000 tot 926.000 mensen (stand 2025).
- Praktijken met patiëntenstop in 2024: circa 60 procent.
- Verwachte uitstroom huisartsen komende twintig jaar: 56 procent.
- Nieuwe vergoeding digitale triage per 2026: 1,95 tot 4,32 euro per verzekerde per jaar.
Wat je zelf kunt doen
- Zet de app of het portaal van je praktijk nu al klaar, met werkende DigiD. Niet als je al ziek bent.
- Vraag na welk telefoon- of spoednummer blijft gelden — dat verdwijnt niet.
- Bij plotselinge, ernstige klachten: niet typen, maar bellen. 112 bij levensgevaar.
- Help je een oudere ouder? Vraag een machtiging aan in het portaal.
Meer weten?