In Tsjernobyl groeit een raadselachtige schimmel met een heel bijzondere eigenschap

Wetenschap
zondag, 30 november 2025 om 13:30
bijgewerkt om zondag, 30 november 2025 om 13:50
ANP-46440562
De verboden zone rond Tsjernobyl mag dan al bijna veertig jaar hermetisch afgesloten zijn voor mensen, andere levensvormen hebben zich er opvallend snel gevestigd. Want waar wij allang zouden bezwijken, lijken sommige organismen juist te floreren en één daarvan doet zoiets vreemds dat wetenschappers er al decennia hun hoofd over breken.
In de ruïnes van reactor 4, een van de meest radioactieve plekken op aarde, groeit een zwarte schimmel die zich niet alleen niets aantrekt van ioniserende straling, maar er mogelijk zelfs baat bij heeft.
Het gaat om de soort Cladosporium sphaerospermum, een pikzwart, melanine-rijk organisme dat mogelijk ioniserende straling kan gebruiken – via een hypothetisch proces dat ze radiosynthese noemen, een soort stralings-fotosynthese.
Een schimmel die houdt van straling
Het raadsel begon eind jaren ’90, toen microbioloog Nelli Zhdanova en haar team de reactorresten onderzochten. Tot hun verrassing vonden ze 37 soorten schimmels, waarvan de meeste donker gekleurd. De dominante soort: C. sphaerospermum. Niet alleen zat die vol radioactieve deeltjes, de schimmel gedijde er juist bij.
Daarna kwam de echte twist. Onderzoekers van het Albert Einstein College of Medicine ontdekten dat blootstelling aan ioniserende straling de schimmel niet beschadigt, zoals bij vrijwel alle andere levensvormen gebeurt. Integendeel: hij groeide sneller.
Melanine – het pigment dat de schimmel zijn zwarte kleur geeft – lijkt een sleutelrol te spelen. Ioniserende straling verandert het gedrag van melanine in het laboratorium, en sommige onderzoekers denken dat die veranderingen de schimmel in staat stellen energie te winnen uit straling.
In 2008 opperden wetenschappers voor het eerst een mechanisme dat lijkt op fotosynthese: melanine zou ioniserende straling kunnen ‘oogsten’ zoals chlorofyl zonlicht absorbeert.
In 2022 namen onderzoekers de schimmel mee naar het ISS. Daar werd hij blootgesteld aan de volle kracht van kosmische straling. Opnieuw presteerde hij opvallend goed: sensoren maten minder straling onder het schaaltje met schimmel dan onder een controleschaaltje. Dat bewijst geen radiosynthese, maar laat wel zien dat de schimmel een indrukwekkend natuurlijk stralingsschild heeft.
Andere melaninerijke schimmels vertonen soortgelijk gedrag, maar niet allemaal groeien ze beter door straling. Dat maakt het lastig om te bepalen of dit een evolutionaire ‘truc’ is om energie te winnen of gewoon een slimme overlevingsreactie op een vijandige omgeving. Het laatste woord is er dus nog niet over gezegd.
loading

Loading