Een van de snelst groeiende therapievormen van dit moment, Internal Family Systems (IFS), blijkt bij nadere blik wetenschappelijk verrassend mager onderbouwd. Maar als een
therapie niet bewezen is, maar voor jou wel werkt, hoe erg is dat?
IFS vertrekt vanuit een aantrekkelijk idee: we bestaan uit verschillende “delen” die elkaar beschermen, blokkeren of beschadigen, en een onverwoestbaar innerlijk ‘Zelf’ dat alles kan helen. Dat sluit naadloos aan bij de populaire cultuur van “parts work” en films als Inside Out, én bij de behoefte aan meer mildheid voor het eigen geknoei – vandaar de slogan “no bad parts”. Veel cliënten rapporteren zich gezien en minder veroordeeld te voelen dan in meer rationele therapieën zoals
cognitieve gedragstherapie.
Maar wie naar de data kijkt, ziet vooral beloftes, geen stevige pijlers. Er zijn enkele kleine pilotstudies en een gerandomiseerde trial bij reumapatiënten die minder pijn en depressieve klachten rapporteerden, maar grote, onafhankelijke onderzoeken bij psychiatrische aandoeningen ontbreken. Een recente scoping review noemt IFS “veelbelovend”, maar benadrukt dat de methode (nog) niet kan wedijveren met gevestigde behandelvormen zoals CBT of EMDR.
Genezing in Lourdes is wetenschappelijk onzin. Toch gaan veel pelgrims genezen naar huis. Hoe erg is dat?
Waar het mis kan gaan
Juist de elementen die
IFS zo aantrekkelijk maken, kunnen ook een risico zijn. Door alles als “deel” te framen (“dat is je sceptische deel”) ontstaat gemakkelijk een gesloten systeem waarin kritiek snel wordt weggezet als weerstand, niet als mogelijk terecht signaal. Voor kwetsbare cliënten – bijvoorbeeld met psychosegevoeligheid of eetstoornissen – waarschuwen psychologen dat rollenspellen met innerlijke delen ontregelend kunnen werken en zelfs samen kunnen gaan met valse herinneringen aan misbruik.
Ook de zeer letterlijke interpretatie van gevoelens “in het lichaam” en een metafysisch opgevat ‘Zelf’ missen empirische basis, erkennen zelfs sympathisanten. Als metafoor kunnen zulke beelden helpen; als quasi-neurologische waarheid worden ze problematisch, zeker wanneer daarop behandelkeuzes worden gebaseerd.
Wat is IFS
Internal Family Systems (IFS) is een psychotherapie die de menselijke geest beschouwt als een verzameling van verschillende "delen" (subpersoonlijkheden) rondom een liefdevolle kern, het "Zelf". Het helpt bij het in balans brengen van deze delen (zoals beschermers en kwetsbare delen) om trauma, angst en depressie te helen door middel van zelfcompassie en begrip, in plaats van tegen weerstand te vechten.
Populariteit vs. wetenschap
- IFS wordt inmiddels op grote schaal aangeboden in de VS en Europa, met duizenden gecertificeerde therapeuten en dure trainingsprogramma’s.
- Toch loopt het onderzoek ver achter op die groei: het merendeel van de studies is klein, vaak verbonden aan het IFS‑instituut zelf en zelden gerandomiseerd.
- In Nederland profileren coaches en therapeuten IFS online als “wetenschappelijk onderbouwd”, terwijl gezaghebbende richtlijnen de methode nog niet als volwaardig evidence‑based behandelen.
Wat zegt dit over therapie-hypes?
De opmars van IFS laat zien hoe gretig we therapieën omarmen die een begrijpelijk verhaal geven en subjectief “goed voelen”, ook als het bewijs achterblijft. Dat is begrijpelijk in een tijd van psychische nood en lange wachtlijsten, maar schuurt met de claim dat het om volwaardige, bewezen zorg gaat.
Twijfelachtig betekent niet automatisch waardeloos: IFS kan voorlopig een aanvullende, experimentele optie zijn voor stabiele cliënten die weten waar ze aan beginnen en naast een reguliere behandeling ruimte voelen om te experimenteren. Maar zolang grote, onafhankelijke studies ontbreken en er serieuze risico’s worden gemeld, zou die eerlijkheid ook in de behandelkamer centraal moeten staan.