Roomboter smaakt beter. Margarine is beter voor je bloedvaten. Zo ongeveer luidt de wapenstilstand die elke paar jaar wordt opgeblazen door een nieuwe studie die 'verzadigd
vet is toch niet zo slecht' zou aantonen. Tijd om de cijfers erbij te leggen, want die zijn opvallend eenduidig.
Twee producten, twee grondstoffen
Roomboter is gekarnde room, en de naam is wettelijk beschermd: alleen bij minstens 80 en minder dan 90 procent melkvet mag er 'boter' op staan. Margarine komt uit plantaardige oliën als zonnebloem-, raap- of sojaolie en zit rond diezelfde 80 procent vet. Halvarine is de gehalveerde versie, met ongeveer 40 procent.
Het hele verschil zit in één cijfer
Roomboter bevat per 100 gram 53 gram verzadigd vet. Zachte margarine uit een kuipje: 19 gram. Halvarine nog minder. Omgerekend naar een normale dag met zes sneetjes brood krijg je met roomboter zo'n 16 gram verzadigd vet binnen, met margarine ongeveer 6 gram en met halvarine circa 3,5 gram.
Dat cijfer krijgt betekenis als je het naast de norm legt. Het advies is maximaal 10 procent van je dagelijkse energie uit verzadigd vet, wat voor een gemiddelde vrouw neerkomt op zo'n 22 gram per dag en voor een gemiddelde man op 28 gram.
Zes boterhammen met roomboter vullen ruim de helft van je dagbudget verzadigd vet. Voor de kaas, het vlees en de koek is dan nog nauwelijks ruimte.
Verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterol, en een hoog LDL vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Het bewijs voor de omgekeerde beweging is stevig: vervanging van 6 energieprocent verzadigd vet door meervoudig onverzadigd vet gaat samen met een 15 procent lager risico op ziekte en sterfte door coronaire hartziekten.
De nuance die graag verkeerd wordt gebruikt
Er verschijnen inderdaad regelmatig onderzoeken die het verband tussen verzadigd vet en hartziekten in twijfel trekken. Alleen kijken die vaak naar hoge versus lage inname, zonder mee te wegen wat er in de plaats komt van dat vet. Daar zit de crux.
Verzadigd vet is niet vrijgesproken. Wat telt, is wat je ervoor in de plaats zet.
Vervang je verzadigd vet door onverzadigd vet, dan daalt je risico. Vervang je het door koolhydraten, dan is er geen eenduidig effect: vervanging door volkorengranen pakt gunstig uit, door geraffineerde koolhydraten en suikers niet. Wie de roomboter laat staan en overstapt op witbrood met jam, heeft dus vooral zichzelf iets wijsgemaakt.
Wat margarine wél en niet is
Het oude bezwaar tegen margarine, de transvetten uit harde soorten, is achterhaald: door aanpassingen in het productieproces zijn die in Nederland vrijwel volledig verdwenen. In roomboter zit juist wat transvet van natuurlijke oorsprong.
Kuipmargarine en halvarine bevatten daarnaast duidelijk meer vitamine D dan roomboter. Wie dagelijks roomboter smeert, moet die vitamine dus elders vandaan halen.
En de smaak dan?
Niemand hoeft de roomboter uit de koelkast te verbannen. Het advies is roomboter niet te veel en niet te vaak te gebruiken, en op brood standaard te kiezen voor halvarine of margarine uit een kuipje of fles. Voor kinderen tot vier jaar is margarine het advies, omdat zij vaak juist te weinig vet binnenkrijgen.
Kortom: margarine op het dagelijkse brood, roomboter in de koekjes en op het zondagse croissantje. Dat is geen compromis, dat is gewoon rekenen.
Feiten op een rij
Verzadigd vet per 100 gram: roomboter 53 gram, zachte kuipmargarine 19 gram. Bij zes boterhammen per dag: 16 gram tegenover 6 gram, en 3,5 gram bij halvarine. De norm is maximaal 10 energieprocent, ongeveer 22 gram (vrouw) tot 28 gram (man) per dag. Roomboter staat niet in de Schijf van Vijf; zachte margarine, halvarine, vloeibaar bak- en braadvet en plantaardige oliën wel.
Meer weten?