Stadsvogels blijken vrouwen inderdaad sneller te wantrouwen dan mannen, maar waarom dat zo is, weet niemand. Wat een onschuldig parkbezoek lijkt, blijkt ongemerkt een soort gedragslaboratorium.
In een nieuw
onderzoek in vijf Europese landen lieten stadssoorten – van duiven tot groene spechten – mannen gemiddeld ruim een meter dichter naderen dan vrouwen voordat ze wegvlogen. De onderzoekers hadden juist verwacht dat vooral mannen als bedreigender zouden worden gezien, vanuit het klassieke beeld van mannelijke jagers en vrouwelijke verzamelaars.
Om vertekening te voorkomen, droegen de acht testpersonen vergelijkbare kleding, werd lang haar verstopt en liepen ze recht op de
vogels af. Toch bleef het patroon overeind bij alle 37 onderzochte vogelsoorten. Geuren, loopje, of een diep in het verleden gevormde angst voor vrouwen die eieren rapen: het zijn niet meer dan speculaties.
Wat het onderzoek vooral laat zien, is hoe scherp stadsvogels hun omgeving lezen – en hoe beperkt onze eigen kennis nog is. Terwijl het aantal wilde dieren hard terugloopt, blijkt zelfs de mus op het plein ons gedrag beter te doorzien dan wij het zijne.