Wie ooit een
bevalling van dichtbij meemaakte, vraagt zich bijna automatisch af: als de natuur zo slim is, waarom heeft ze het vrouwenbekken dan niet gewoon breder gemaakt? Een paar centimeter extra ruimte en miljoenen vrouwen zouden minder pijn, minder risico en misschien minder keizersneden hebben. Toch is dat niet wat er gebeurd is in de menselijke
evolutie.
Decennialang was het antwoord simpel: het zogeheten v
erloskundig dilemma. Een smal bekken zou nodig zijn voor efficiënt rechtop lopen, terwijl een brede geboortetunnel nodig is voor baby’s met relatief grote hoofden. Vrouwen zouden daardoor precies “net breed genoeg” zijn om te kunnen bevallen, maar niet breder, omdat ze anders te veel energie zouden verspillen bij het lopen.
Bevallingen zijn gevaarlijk
Wereldwijd overlijdt naar schatting 1 op de 70 vrouwen ergens in haar leven aan complicaties rond zwangerschap of bevalling, met grote verschillen tussen rijke en armere landen. In westerse landen ligt de kans op ernstige bekkenbodemproblemen (zoals verzakkingen of incontinentie) na meerdere vaginale bevallingen op tientallen procenten, wat deze “verborgen” kant van het bekkencompromis onderstreept.
Nieuwe studies trekken dat klassieke verhaal echter onderuit. Biomechanische experimenten en computersimulaties laten zien dat een breder bekken het energieverbruik bij wandelen nauwelijks verhoogt: bij een 20 procent bredere heupstructuur stijgt de loopkost met ongeveer 1 procent. Met andere woorden: efficiënt lopen lijkt geen overtuigende reden om het vrouwenbekken zo smal te houden.l
Waar wringt het dan wel? Onderzoekers wijzen nu naar de
bekkenbodem: de spieren en het bindweefsel die als een soort hangmat de blaas, baarmoeder en darmen dragen. Door onze rechtopstaande houding ligt daar al veel druk op; een nog breder bekken zou die belasting verder vergroten en de kans op incontinentie en verzakkingen verhogen. Dat zijn geen “kleine ongemakken”, maar aandoeningen die kwaliteit van leven én overlevingskansen kunnen aantasten, en dus ook onderwerp zijn van natuurlijke selectie.
Daar komt bij dat het vrouwelijk bekken ook in de tijd verandert. Rond de vruchbare leeftijd is de geboortetunnel relatief het ruimst, om daarna weer wat smaller te worden, vermoedelijk onder invloed van hormonen. De evolutie heeft dus niet “gefaald”,
maar gekozen voor een ongemakkelijk compromis: smal genoeg om de romp en bekkenbodem stabiel te houden, breed genoeg dat de meeste bevallingen goed aflopen, maar nooit zonder risico.[