We willen het allemaal: een goede baan, een mooi huis, kinderen die het ver schoppen. En als dat lukt, klopt er ergens een stemmetje op de schouder: goed gedaan, dat heb je aan jezelf te danken.
Volgens socioloog Thijs Bol (UvA) is dat stemmetje vooral een illusie. In een college voor de
Universiteit van Nederland legt hij uit waarom
60 tot 75 procent van je succes simpelweg geluk is — en waarom dat besef juist een opluchting kan zijn.
Het experiment in een glazen cabine op Lowlands
Bol bouwde samen met zijn team een glazen cabine op festival
Lowlands. Festivalgangers kregen een minuut om onder rook, muziek en publiek vijf gekleurde knoppen in de juiste volgorde te drukken. Wat de deelnemers niet wisten: de uitslag stond vooraf vast. Winnen of verliezen was puur loting, fifty-fifty.
De reacties zeggen alles. Winnaars wezen op hun "tactisch plan", hun "vlugge vingers" of het feit dat ze "het ritme van de muziek aanvoelden". Verliezers schaamden zich, voelden zich voor schut staan en concludeerden dat ze "harder hadden moeten oefenen". Niemand benoemde wat het werkelijk was:
toeval.
Een generatie die alles op zichzelf afschuift
Het experiment legt een gevoeliger probleem bloot. Van de generatie die vlak voor de oorlog werd geboren, gelooft ongeveer de helft dat succes komt door hard werken en talent. Bij de huidige jongeren is dat percentage opgelopen tot 75 procent. Falen wordt daarmee automatisch een persoonlijke tekortkoming — en dat verklaart volgens Bol een belangrijk deel van de prestatiedruk en mentale klachten waar jongeren mee kampen.
Wetenschappelijk gezien klopt dat zelfbeeld niet. Het succes van een gemiddelde 35-jarige is voor slechts 25 tot 40 procent te verklaren uit jeugdkenmerken als IQ, toetsscores en het beroep van de ouders. De overige 60 tot 75 procent? Toeval, willekeur, geluk.
Twee soorten geluk waar niemand het over heeft
In zijn oratie maakt Bol een nuttig onderscheid tussen twee vormen van geluk:
- Structureel geluk — de geboorteloterij. Het land, het gezin en het milieu waarin je geboren wordt. Je hebt er geen invloed op, maar het werkt je hele leven door als een onuitputtelijke voorsprong.
- Situationeel geluk. Toevallige gebeurtenissen op het juiste moment. Bol zelf werd ooit werkgroepbegeleider omdat hij toevallig koffie stond in te schenken toen iemand uitviel.
Het venijn zit in de combinatie: vroeg geluk versterkt zichzelf. Wie net boven een willekeurige streep eindigt — bijvoorbeeld bij de toekenning van een wetenschappelijke beurs — wordt sneller hoogleraar en krijgt vervolgens meer beurzen. Succes baart succes, ook als de eerste stap puur toeval was.
Waarom dit besef opluchting kan geven
De boodschap is niet dat moeite zinloos is. Hard werken helpt — maar niet zo veel als we onszelf wijsmaken. Bol hoopt dat zijn onderzoek mensen iets milder maakt: voor zichzelf én voor de ander. Wie het minder breed heeft, is niet per definitie luier geweest. Wie het ver heeft geschopt, heeft niet alleen talent maar vooral een lot getrokken.
Of, zoals Bol het zelf samenvat na het Lowlands-experiment: "Als je uit de cabine kwam en dacht 'dat heb ik goed gedaan', vraag jezelf dan eens af in hoeverre je succes echt je eigen verantwoordelijkheid is".