Een reis naar de dood en terug. Hoe mensen het ervaren om dood te gaan

Wetenschap
dinsdag, 26 mei 2026 om 15:29
bijgewerkt om dinsdag, 26 mei 2026 om 15:30
shutterstock_167150585
Bijna-doodpatiënten zien vaak licht, tunnels en hun eigen lichaam van bovenaf, maar neurowetenschappers vinden steeds meer aanwijzingen dat dit geen blik in het hiernamaals is, maar een laatste kunststukje van het brein. Tegelijk blijkt: wie zo’n reis naar de dood en terug maakt, leeft daarna vaak anders – met meer compassie en minder angst voor het einde.

Reis naar de rand

Wie nét op tijd wordt gereanimeerd na een hartstilstand, vertelt opvallend vaak hetzelfde verhaal: een tunnel, een verblindend licht, een gevoel van diepe vrede, soms het uitzicht op het eigen lichaam. In recente studies zegt grofweg 6 tot bijna 40 procent van de overlevenden van een hartstilstand iets te hebben meegemaakt dat ze als bijna‑doodervaring omschrijven. Die overeenkomsten voedden lang het idee dat we hier een universeel draaiboek van sterven zien.

Wat het brein doet als we sterven

Onderzoekers als neuroloog Jens Dreier lieten zien dat het brein na een hartstilstand niet meteen “uit” is, maar nog enkele minuten in een soort noodtoestand doorgaat. In die fase rolt een “hersen-tsunami” – een golf van elektrische ontlading – langzaam over de hersenschors, een proces dat nog omkeerbaar is als de zuurstoftoevoer snel wordt hersteld. Neurowetenschappers vermoeden dat zulke extreme ontregelingen, samen met stresshormonen en mogelijk lichaamseigen stoffen als DMT, de hallucinatoire lichttunnels en buitenlichamelijke sensaties kunnen opwekken.

Illusie of glimp van iets anders?

Experimenten laten zien dat buitenlichamelijke ervaringen ook kunstmatig kunnen worden opgewekt, bijvoorbeeld door bepaalde hersengebieden elektrisch of met virtual reality te prikkelen. Veel onderzoekers zien bijna‑doodervaringen daarom als krachtige, maar uiteindelijk door het brein gegenereerde illusies – geen bewijs dat bewustzijn het lichaam daadwerkelijk verlaat. Tegelijk blijft er in de literatuur een minderheid van wetenschappers die speculeert dat de ervaringen misschien wijzen op vormen van bewustzijn die we nog niet begrijpen, al ontbreekt daar hard bewijs voor.

De nasleep: minder angst voor de dood

Opvallend genoeg is de impact op het verdere leven vaak groot. Mensen die “even dood” waren, rapporteren meer spiritualiteit, meer empathie voor anderen en een fors verminderd doodsangst. Voor artsen groeit daarom het besef dat bijna‑doodervaringen niet alleen filosofisch interessant zijn, maar ook klinisch relevant: patiënten hebben behoefte aan uitleg en serieuze aandacht voor wat ze hebben meegemaakt.

Feitenkader – Hoe vaak komt het voor?

  • In prospectieve medische studies meldt 6,3 tot 39,3 procent van de patiënten met een hartstilstand een bijna‑doodervaring.
  • Schattingen in bevolkingsonderzoeken gaan ervan uit dat 5 tot 10 procent van de mensen ooit zo’n ervaring heeft gehad.
  • De hersenen vertonen na circulatiestilstand enkele minuten meetbare activiteit; de beslissende “terminal spreading depolarization” treedt gemiddeld 2 tot 5 minuten na het wegvallen van de doorbloeding op.
loading

Loading