Alleenstaand en huurder: zo hard raakt 2027 juist deze groep

Economie
zaterdag, 19 september 2026 om 13:17
alleenstaand-2027-header
Het officiële cijfer voor volgend jaar is een gemiddelde koopkrachtdaling van 0,1 procent. Dat klinkt als bijna niets. Maar achter dat gemiddelde verschilt de rekensom sterk per huishouden – en de alleenstaande huurder staat aan de verkeerde kant. Een alleenstaande zonder kinderen met €45.000 inkomen verliest 0,4 procent, zo'n €12 per maand.

Het gemiddelde verbergt wie betaalt

Zet de voorbeeldhuishoudens naast elkaar en het patroon springt eruit.
  • Alleenstaand zonder kinderen, €45.000: –0,4 procent, €12 per maand.
  • Alleenstaand zonder kinderen, uitkering van €40.000: –0,5 procent, €11 per maand.
  • Alleenstaande zelfstandige, €50.000: –0,4 procent, €15 per maand.
  • Stel zonder kinderen, €45.000 en €45.000: –0,2 procent, €10 per maand.
Lees die laatste regel nog eens. Een huishouden met twee inkomens van elk €45.000 verliest per maand minder dan de alleenstaande die dat bedrag één keer verdient.

Eén inkomen, alle tarieven

De belangrijkste oorzaak staat in de tarieven. Het tarief in de eerste schijf gaat van 35,75 naar 36,23 procent, in de tweede van 37,56 naar 38,16 procent. Daar staan hogere kortingen tegenover: de maximale arbeidskorting stijgt van €5.685 naar €5.929, de algemene heffingskorting van €3.115 naar €3.154. Maar die kortingen zijn per persoon en de vaste lasten per huishouden. Twee halve loonstroken verdelen het inkomen over twee keer schijf één. Wie alleen woont, doet dat niet.
Wie alleen woont, betaalt elke vaste last één keer volledig – en kan niets verdelen.

De zorgrekening komt twee keer

De gemiddelde zorgpremie waarmee de begroting rekent stijgt met €12,50 per maand naar €169, oftewel €150 per jaar. Tegelijk gaat het verplicht eigen risico van €385 naar €400. Wie dat eigen risico volmaakt, is door die twee bewegingen samen €165 extra kwijt. De maximale zorgtoeslag stijgt mee, voor een alleenstaande naar €140 per maand, €11 meer dan nu. Dat dekt de premiestijging net niet – en boven de inkomensgrens krijg je niets.

Huren zonder verdeelsleutel

Voor huurders is er sinds 2026 goed nieuws dat nog niet iedereen heeft opgepikt: de harde maximumhuurgrens voor huurtoeslag is verdwenen. Ook boven de oude grens van €900 kun je recht hebben op toeslag, mits inkomen en vermogen niet te hoog zijn. De toeslag wordt wel berekend tot de maximale huur van €932,93. Servicekosten tellen sindsdien niet meer mee: er wordt gerekend met de kale huur.

En het pensioen dat niet meebeweegt

Het nieuwe pensioenstelsel kantelt niet op 1 januari 2027. Op 1 januari van dít jaar gingen ruim 9,5 miljoen pensioenen over, en alle regelingen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 om. Voor één groep verandert er in die hele operatie niets: 766.000 werknemers bouwen helemaal geen pensioen op, ongeveer elf procent van alle werknemers. Vaak zijn dat kleine contracten, uitzendwerk en jonge werkenden – precies de mensen die ook huren en alleen wonen. De wet eist dat die groep eind 2027 gehalveerd is ten opzichte van eind 2019.
Een stelsel dat kantelt, raakt je niet als je er niet in zit.

Wat je nu kunt doen

  • Vraag huurtoeslag aan of opnieuw aan, ook bij een huur boven €900. Reken met je kale huur, niet met je totale maandbedrag.
  • Check de vermogensgrens van de zorgtoeslag voordat je spaargeld op één rekening laat staan.
  • Vraag je werkgever schriftelijk of er een pensioenregeling is en of jij eronder valt. Het antwoord "nee" is nu beleidsmatig een probleem van de werkgever, niet alleen van jou.
  • Bouw je niets op via werk, reken dan je fiscale jaarruimte uit voordat je iets afsluit – geen product zonder die som.
Meer weten?
loading

Loading