Je merkt het verschil pas op de dag dat de eerste AOW-betaling op je rekening staat: het bedrag is netjes, maar het is je oude salaris niet. De vraag die dan telt is niet hoeveel je hebt gespaard, maar wat dat spaargeld nog voor je doet. Het antwoord ligt niet bij het gemiddelde van gepensioneerden, en ook niet bij de bekende 70 procent-vuistregel. Het ligt bij twee bedragen die weinig mensen kennen.
Het gemiddelde is de slechtste maatstaf
Huishoudens met een hoofdkostwinner van 65 jaar of ouder hadden in 2024 gemiddeld 75.300 euro aan bank- en spaartegoeden. Dat is meer dan elke andere leeftijdsgroep. Maar de helft van die huishoudens heeft minder dan 34.900 euro: de mediaan. Een kleine groep met veel vermogen trekt het gemiddelde tientallen duizenden euro's omhoog.
De helft van de 65-plushuishoudens heeft minder dan 34.900 euro op de bank.
Spaargeld per leeftijdsgroep, 2024 (voorlopige cijfers)
| Leeftijd hoofdkostwinner | Gemiddeld | Mediaan |
| 55 tot 65 jaar | € 73.800 | € 31.400 |
| 65 tot 75 jaar | € 76.600 | € 35.600 |
| 75 tot 85 jaar | € 75.000 | € 34.800 |
| 85 jaar of ouder | € 70.700 | € 33.000 |
Wat spaargeld écht bijdraagt
Hier wordt het interessant. Een doorsneehuishouden vervangt na pensionering ongeveer 60 procent van het eerdere inkomen met AOW en aanvullend
pensioen. Reken je spaargeld en beleggingen mee, dan stijgt dat naar 64 procent. Neem je ook de overwaarde van de eigen woning mee, dan gaat het naar bijna 78 procent.
Met andere woorden: van al je spaargeld komt maar zo'n vier procentpunt extra pensioeninkomen. De grote sprong zit in de stenen, niet op de spaarrekening. Spaargeld is dus geen inkomen — het is een schokdemper voor een nieuwe cv-ketel, een gebitsrenovatie of een jaar mantelzorg.
Van al je spaargeld komt maar zo'n vier procentpunt extra pensioeninkomen.
Twee grenzen rond je spaarpot
Precies rond die mediaan van 34.900 euro liggen twee drempels. Voor huurtoeslag mag je op 1 januari 2026 niet meer dan 38.479 euro vermogen hebben, of 76.958 euro samen met een toeslagpartner. Kom je daarboven, dan vervalt de toeslag voor dat hele jaar.
De tweede: gaat iemand naar een verpleeghuis, dan geldt voor de eigen bijdrage in 2026 een toetsbedrag van 36.952 euro alleenstaand of 73.904 euro met partner. Van het vermogen daarboven wordt 4 procent bij het inkomen opgeteld. Dat rekent met het vermogen van twee jaar eerder, dus 2024. Belasting betaal je pas boven 59.357 euro, of 118.714 euro met fiscale partner — die grens ligt een stuk verder weg dan de toeslaggrens.
Zo reken je jouw bedrag uit
- Begin bij je AOW. Vanaf 1 juli 2026 is dat netto 1.581,55 euro per maand voor een alleenstaande met loonheffingskorting, en 1.084,13 euro per persoon voor gehuwden en samenwonenden. Daarnaast bouw je 104,78 euro bruto vakantiegeld per maand op.
- Tel je aanvullend pensioen erbij op via mijnpensioenoverzicht.nl.
- Zet daar je werkelijke uitgaven tegenover. Blijft er een gat van 600 euro per maand, dan kost twintig jaar pensioen circa 144.000 euro, zonder rendement en inflatie meegerekend.
- Houd een aparte pot voor eenmalige klappen. Die hoort niet in de maandrekening.
- Check je grenzen vóór 1 januari, want dat is de peildatum.
De eerlijke conclusie: er is geen magisch bedrag. Wie huurt en toeslag nodig heeft, is met 30.000 euro beter uit dan met 45.000 euro. Wie een afgeloste woning heeft, kan met minder toe dan het gemiddelde suggereert.
Meer weten?