Het Kabinet Jetten-I heeft niks op met het draagkrachtbeginsel. De vrijheidsbijdrage moest een gezamenlijke inspanning worden voor defensie, maar wie de cijfers naast elkaar legt, ziet iets anders: een verpleegkundige of vuilnisman krijgt een hogere rekening gepresenteerd dan een Kamerlid. Zowel in relatieve als in absolute zin. “De pijn wordt oneerlijk verdeeld.”
Dat blijkt uit berekeningen van vakbond FNV, gemaakt op verzoek van EenVandaag. Lage en middeninkomens dragen een groter deel van hun inkomen af dan de hoogste inkomens.
Minimumloon krijgt hardste klappen
Wie het minimumloon verdient, 29.800 euro per jaar, is volgend jaar 112,71 euro kwijt aan de vrijheidsbijdrage. Dat komt neer op 0,37 procent van het inkomen. Ter vergelijking: iemand die drie keer modaal verdient (134.000 euro) betaalt 137,60 euro. Dat is slechts 0,10 procent van het inkomen.
Voor middeninkomens pakt het nog wranger uit. Iemand met een modaal inkomen van 48.000 euro is 151,96 euro kwijt. Dat is niet alleen relatief meer, maar zelfs in euro’s meer dan de veelverdiener.
De verschillen worden nog duidelijker als FNV kijkt naar beroepsgroepen. Kamerleden en ministers met een topsalaris zijn 134,51 euro kwijt aan de vrijheidsbijdrage. De gemiddelde vuilnisman en hbo-verpleegkundige? Zo’n 150 euro.
Gecamoufleerde belastingverhoging
Op papier stijgen de inkomstenbelastingtarieven niet. Toch is de vrijheidsbijdrage volgens critici een belastingverhoging in vermomming. Het kabinet kiest er namelijk voor om in 2027 en 2028 de belastingschijven en heffingskortingen slechts beperkt te laten meestijgen met de inflatie.
Mensen belanden hierdoor sneller in een hogere belastingschijf en verliezen eerder heffingskortingen. Vooral lage en middeninkomens voelen dat. Hogere inkomens hebben minder heffingskortingen en merken bovendien niets van het niet-indexeren in de hoogste schijf.
Zwakste schouders dragen het meest bij
De maatregel moet in 2027 1,5 miljard euro opleveren. In 2028 loopt dat op tot 3,4 miljard. FNV berekende alleen de effecten voor 2027, maar verwacht dat “dan hetzelfde patroon zichtbaar zal zijn, alleen dan met een groter effect”.
Hogere inkomens worden overigens ook geraakt door een beperking van het belastingvoordeel bij pensioenopbouw. Maar die maatregel levert aanzienlijk minder op dan de vrijheidsbijdrage. Wie minder verdient, voelt de klap het hardst.