Mei is traditiegetrouw de maand van het vakantiegeld. Maar wat gebeurt er met dat extraatje zodra je met
pensioen bent? Het antwoord: je krijgt het nog steeds, maar niet altijd zoals je gewend was.
Over je AOW: ja, altijd
Iedereen die
AOW ontvangt, krijgt jaarlijks in mei vakantiegeld van de Sociale Verzekeringsbank. Dat bedrag wordt elke maand opgebouwd en in één keer uitgekeerd, samen met de reguliere AOW-betaling.
In 2026 bouw je per maand het volgende op:
- Alleenstaanden: € 106,55 bruto
- Samenwonenden: € 76,10 bruto per persoon
De uitbetaling staat dit jaar gepland op 21 mei 2026. Opvallend: het AOW-vakantiegeld is géén 8% van je AOW, maar een vast bedrag dat is afgeleid van het minimumloon. Daardoor wordt het twee keer per jaar (in januari en juli) opnieuw vastgesteld.
Over je aanvullend pensioen: meestal niet
Hier wordt het anders. De meeste pensioenfondsen keren geen apart vakantiegeld uit. Zij verdelen het jaarbedrag simpelweg over twaalf maandelijkse termijnen. Je krijgt dus niet minder geld, maar je mist wel de vertrouwde meevaller in mei.
Er zijn uitzonderingen. Fondsen als PFZW, BPF Bouw en BPF Schilders keren in mei wel 8% vakantiegeld uit. Het addertje: daar is in de berekening al rekening mee gehouden, dus de maanduitkering is navenant lager. Onder de streep komt het op hetzelfde bedrag neer.
Bij ABP is het vakantiegeld volledig verwerkt in de maanduitkering. Daar hoef je in mei dus geen losse storting te verwachten.
Wat betekent dit voor je financiële planning?
Als je altijd gewend was het
vakantiegeld in mei te gebruiken voor de zomervakantie of een grote aankoop, dan is dat als gepensioneerde een aandachtspunt. Het AOW-vakantiegeld blijft, maar de grote meevaller van je werkgever verdwijnt meestal. Reken er dus niet meer standaard op.