
Wie overlijdt, laat zijn naasten met verdriet achter. Soms laat je ze ook zonder inkomen achter. Of je partner en kinderen nabestaandenpensioen krijgen, hangt steeds vaker af van wat je zelf hebt geregeld. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet dat het daar te vaak misgaat. Pensioenuitvoerders leggen niet goed genoeg uit wanneer deelnemers zelf iets moeten doen.
De valkuil van het bepaalde partnersysteem
Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap? Dan krijgt je pensioenuitvoerder je partner meestal automatisch door via de gemeentelijke basisregistratie. Woon je samen, dan moet je je partner zelf aanmelden.
Bij een zogeheten bepaald partnersysteem moet die aanmelding vóór je overlijden rond zijn. Staat je partner niet geregistreerd, dan krijgt hij of zij niets. Achteraf aantonen dat jullie samenwoonden, kan dan niet meer.
Bij een onbepaald partnersysteem kan dat wel. Je partner mag dan na je overlijden alsnog bewijzen dat jullie een gezamenlijke huishouding hadden. Dat kan bijvoorbeeld als jullie minstens zes maanden op hetzelfde adres ingeschreven stonden, of allebei op het huurcontract.
Welk systeem geldt, verschilt per pensioenuitvoerder. De AFM wil dat uitvoerders hier nadrukkelijk en vaker op wijzen: in de startbrief en in het jaarlijkse Uniform Pensioenoverzicht. Alleen verwijzen naar het pensioenreglement is niet genoeg.
Wat het nieuwe stelsel verandert
In het nieuwe pensioenstelsel is het partnerpensioen bij overlijden vóór je pensioendatum altijd op risicobasis geregeld. Dat werkt als een verzekering. Je nabestaande krijgt een percentage van je salaris, hoe lang je ook in dienst was.
- Je partner krijgt maximaal 50 procent van het pensioengevend salaris.
- Een halfwees krijgt maximaal 20 procent, een volle wees maximaal 40 procent, tot 25 jaar.
- Er is geen wettelijk minimum. In 2025 had 9 procent van de 2,1 miljoen deelnemers in premieregelingen in de opbouwfase helemaal geen nabestaandenpensioen.
Wie als partner telt, is ook ruimer geworden. Behalve een samenwonende partner kan dat bijvoorbeeld een huisgenoot zijn met wie je een huishouden vormt. Een broer of zus kan onder voorwaarden ook meetellen.
Uit dienst betekent dekking kwijt
Risicobasis heeft een keerzijde: ga je uit dienst, dan vervalt de dekking. Heb je niet meteen een nieuwe baan, dan loopt die nog drie of zes maanden door, of zolang je WW of een Ziektewetuitkering krijgt. Daarna kun je kiezen voor vrijwillige voortzetting. De premie daarvoor gaat af van je eigen ouderdomspensioen.
Soms komt de brief met die keuze pas als de uitloopperiode al voorbij is. Overlijd je in die tussentijd, dan krijgen je nabestaanden niets.
Ook bij het uitstellen van je pensioen kan de dekking wegvallen. En krijg je na je pensionering een nieuwe partner? Dan heeft alleen de partner die bij de ingang van je pensioen geregistreerd stond recht op partnerpensioen.
Zo voorkom je dat het misgaat
- Kijk op mijnpensioenoverzicht.nl bij welke pensioenuitvoerders je pensioen hebt.
- Log bij elke uitvoerder in en controleer of je partner bekend is en hoeveel er voor hem of haar geregeld is.
- Woon je samen? Meld je partner zelf aan en vraag of je fonds een bepaald of onbepaald partnersysteem heeft.
- Bouwt je partner zelf pensioen op? Laat hem of haar jou dan ook aanmelden.
- Ga je weg bij je werkgever? Lees de stopbrief meteen en beslis op tijd over vrijwillige voortzetting.
- Is de dekking laag? Kijk naar een Anw-pensioen of een overlijdensrisicoverzekering.
- Denk je erover je pensioen uit te stellen? Vraag eerst wat dat betekent voor je partner.
Meer weten?
Lees ook
POPULAIR NIEUWS

Android-malware zet stiekem een verborgen menu aan: zo zie je of het bij jou openstaat

Gen Z-ouders laten gentle parenting los: deze opvoedtrend wint terrein

Je betaalt elke maand voor de tandartsverzekering: hoeveel krijg je werkelijk terug?

Democraten winnen Huis én Senaat, maar hun grootste gevaar zijn ze zelf



