Van 33 tot 600 euro: niemand weet wat de nieuwe luierregels je kosten

Economie
dinsdag, 08 september 2026 om 12:52
shutterstock_2620619837
Wie luiers koopt, gaat straks meebetalen aan het opruimen ervan. Dat geldt voor babyluiers en incontinetiemateriaal. Niet de winkelprijs maakt het verschil, en ook niet de afvalstoffenheffing: de partijen die het moeten weten komen op bedragen uit die een factor twintig uiteenlopen. Dat gat bepaalt wat gezinnen en incontinentiepatiënten kwijt zijn.

Niet de consument, maar de fabrikant

Het principe 'de vervuiler betaalt' schuift op naar de luierfabrikant. Het conceptbesluit voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid legt producenten een oplopende recyclingplicht op: 12,5 gewichtsprocent van alles wat ze op de markt brengen in het eerste jaar, jaarlijks 2,5 procentpunt meer, tot 25 procent vanaf 2032. Voor de kunststoffen in luiers begint de eis op 5 procent en loopt die op naar 10 procent.
Een formele inleverplicht voor huishoudens, kinderdagverblijven of zorginstellingen staat er niet in. Wél moeten producenten een innamesysteem opzetten dat het hele jaar door beschikbaar is en waar gebruikte luiers gratis kunnen worden afgegeven. In de praktijk betekent dat: apart houden, en ermee op pad.
Het doel is recycling. Gescheiden inzamelen is alleen het middel — en dat middel komt bij de burger te liggen.

De rekening: 20 euro of 600 euro

Hier lopen de rekenmodellen uiteen. Het ministerie rekent erop dat luiers 6 tot 10 procent duurder worden: 20 tot 33 euro per jaar exclusief btw. In gemeenten met een tarief per zak restafval — ruim de helft van alle gemeenten — kan het voordeel juist andersom uitvallen, omdat luiers gratis worden ingenomen. Incontinentiemateriaal wordt 2 tot 3 procent duurder.
De branche komt op heel andere bedragen uit. Luierfabrikanten houden jonge gezinnen 109 euro per jaar voor bij een centraal inleversysteem, en tot 600 euro per huishouden als luiers huis-aan-huis worden opgehaald. Voor volwassenen in de zorg circuleert een bandbreedte van 143 tot 455 euro per jaar. Die schattingen komen van partijen met een direct belang, maar het gat met de 33 euro van de overheid is te groot om weg te wuiven.

Zorg zonder rek in het budget

Het ongemak zit vooral bij de mensen die geen keuze hebben. Zorginstellingen werken met vaste dagtarieven per cliënt; wat de luier duurder maakt, gaat ten koste van het aantal verschoningen. Voor thuiswonende mensen met incontinentie ligt er nog een praktisch bezwaar: met een tasje gebruikt materiaal naar een inzamelpunt is geen aantrekkelijk vooruitzicht. Importeurs van medische hulpmiddelen pleiten daarom voor een uitzondering.
Wie het budget niet kan oprekken, rekt de luier op. Dat is de rekening die niet in euro's wordt uitgedrukt.

Kritiek van de regeldrukwaakhond

Ook het Adviescollege toetsing regeldruk was in juni 2025 kritisch: maximaal 40 miljoen euro structurele extra regeldruk, terwijl onvoldoende blijkt dat er vraag is naar het gerecyclede restproduct. Teruggewonnen materiaal is nog duurder dan nieuw. Een verplichting zonder afzetmarkt levert dan vooral kosten op.
Ondertussen loopt de klok door. Nederland telt één verwerkingslocatie, in Weurt, met 15.000 ton capaciteit per jaar; voor de laagste kunststofdoelstelling is vijf keer zoveel nodig. Gemeenten en afvalbedrijven vroegen deze zomer om duidelijkheid; zonder besluit blijven investeringen hangen. De minister zei toe het voorstel nog dit jaar naar de Tweede Kamer te sturen.
In cijfers

Nederlandse huishoudens en instellingen produceren jaarlijks ongeveer 400.000 ton luier- en incontinentieafval. Daarvan wordt 15.000 ton gerecycled; de rest gaat de verbrandingsoven in. Luiers en incontinentiemateriaal vormen 8 procent van al het restafval. Een kind draagt gemiddeld meer dan 5.000 luiers.

Meer weten?
loading

Loading