De WOZ-waarde van Nederlandse koopwoningen is opnieuw fors gestegen. Gemiddeld ligt die dit jaar 10,6 procent hoger dan in 2025. Dat blijkt uit cijfers van de Waarderingskamer. Toch zijn er flinke verschillen tussen de gemeentes.
WOZ staat voor Waardering Onroerende Zaken en vloeit voort uit de Wet WOZ. Sinds 1994 bepalen gemeenten de woningwaarde, zodat belastingen eerlijk en uniform kunnen worden vastgesteld. De
waarde wordt gebaseerd op de geschatte marktprijs op 1 januari 2025 en volgt daarmee de huizenprijzen in 2024 – een jaar waarin koopwoningen met meer dan 10 procent in prijs stegen.
Hoe wordt de waarde bepaald?
Gemeenten werken met een puntenstelsel. Kenmerken als woonoppervlakte, bouwjaar en ligging tellen mee, net als recente verkoopprijzen van vergelijkbare woningen in de buurt.
In 2025 steeg de gemiddelde WOZ-waarde minder hard, zo’n 5 procent. Dat kwam doordat huizenprijzen in 2023 juist daalden. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek werden bestaande koopwoningen dat jaar gemiddeld 2,8 procent goedkoper dan in 2022, de eerste prijsdaling in tien jaar.
Belastingaanslag volgt later
De WOZ-waarde is bepalend voor de onroerendezaakbelasting (ozb). Toch betekent een stijging niet automatisch dat de
belasting net zo hard omhooggaat. Gemeenten bepalen namelijk zelf hun tarieven; de WOZ-waarde is vooral een verdeelsleutel.
Wie twijfelt aan de vastgestelde waarde, kan bezwaar maken bij de gemeente. Vraag daarvoor eerst het taxatieverslag op en controleer of gegevens als oppervlakte en bouwjaar kloppen.
Hier stijgt WOZ het hardst
In sommige gemeenten schiet de WOZ-waarde door het dak. In het Groningse Pekela is de stijging met 20,7 procent het grootst. Ook Hardenberg (18,3 procent) en Waddinxveen (16,1 procent) springen eruit. Verder noteren Zevenaar, Renkum, Veenendaal en Wijchen plussen in de dubbele cijfers.
Aan de andere kant van het spectrum staan kust- en eilandgemeenten. In Sluis blijft de stijging beperkt tot 2,3 procent. Ook inwoners van Terschelling, Texel, Veere, Schouwen-Duiveland, Ameland en Vlieland zien deze weken relatief bescheiden stijgingen op de deurmat belanden.