Een eigen huis lijkt in Nederland wel bijna een must. Maar die droom raakt voor steeds meer mensen uit beeld. Hoge huizenprijzen, dure hypotheken en een beperkt aanbod zorgen ervoor dat zeker jonge mensen steeds langer blijven huren. Maar zijn huurders ook minder gelukkig dan huizenbezitters? Dat blijkt mee te vallen.
Huiseigenaren zijn tevredener over hun woning dan huurders. Een Duitse studie laat zien dat mensen die naar een eigen huis verhuizen hun woning meer waarderen. Dat effect is zelfs vijf jaar later nauwelijks verdwenen.
Alleen maakt een fijn huis je nog niet automatisch gelukkiger met je leven. Een andere Duitse studie vond wel een stijging van de tevredenheid over de woning na aankoop, maar geen blijvend effect op de algemene levenstevredenheid.
De hypotheek speelt daarbij een belangrijke rol. De kosten van het aflossen drukten de levenstevredenheid zo sterk dat de voordelen van een eigen woning verdwenen. Onderzoek met gegevens uit de VS, het Verenigd Koninkrijk en Australië laat eveneens zien dat het geluksverschil vooral zit bij mensen die hun huis volledig hebben afbetaald. Bij eigenaren met een hypotheek en weinig overwaarde verdwijnt een groot deel van dat voordeel.
Meer eenzaamheid
Ook op andere vlakken zijn er verschillen. In een Britse peiling onder ruim 10.000 volwassenen voelde 40 procent van de huurders zich eenzaam, tegenover 29 procent van mensen met een afbetaald koophuis. Huurders kenden hun buren minder vaak: 43 tegen 69 procent. Wel zijn huurders gemiddeld jonger, verdienen ze minder en verhuizen ze vaker. Die factoren kunnen eveneens bijdragen aan eenzaamheid.
De sleutel lijkt vooral stabiliteit. Woononzekerheid, veel verhuizen, dreigende uitzetting en hoge huren hangen samen met een slechtere mentale gezondheid. Huren zelf hoeft dus niet het grootste probleem te zijn.
En uiteindelijk weegt de keuze tussen kopen en huren minder zwaar voor een goed leven dan betekenisvol werk, gezondheid en een sterk sociaal leven met vrienden en familie.