Iedereen heeft het, niemand wil het zien: oorsmeer. Toch kan juist de kleur en geur van dat plakkerige spul een vroege waarschuwing zijn dat er iets mis is met uw gezondheid. Normaal is oorsmeer geel tot geelbruin en bijna geurloos; het beschermt het oor door vuil, bacteriën en virussen te vangen en langzaam naar buiten te transporteren. Daarom zijn wattenstaafjes “absoluut uit den boze”, omdat ze het cerumen juist richting trommelvlies duwen en zo het risico op ontstekingen verhogen.[
Alarmerend wordt het zodra de kleur duidelijk afwijkt. Het Amerikaanse
Cleveland Clinic‑instituut noemt drie tinten waarbij uw alarmbellen moeten afgaan. Groen oorsmeer wijst vaak op een oorinfectie, bijvoorbeeld een middenoorontsteking. Zwart oorsmeer duidt meestal op een forse prop die de gehoorgang verstopt; klachten zijn dan jeuk, druk, slechter horen en soms tinnitus. En bruin oorsmeer met rode strepen kan betekenen dat er een wond in de gehoorgang zit of zelfs een gescheurd trommelvlies, zeker als er ook waterige afscheiding bijkomt.
Ook geur telt mee. In een overzichtsartikel beschrijft de
BBC hoe bepaalde stofwisselingsziekten en zelfs
Parkinson aan het oorsmeer te ruiken zijn. Onderzoekers uit China ontwikkelden in 2025 een testsysteem dat met een nauwkeurigheid van 94 procent kan vaststellen of iemand Parkinson heeft, puur op basis van de geur van oorsmeer. Dat maakt oorsmeer, hoe onsmakelijk ook, tot een onverwacht sterke gezondheidsindicator.
Wie plots groen, bloedig of gitzwart oorsmeer ziet, of een duidelijke stank opmerkt, moet dus niet gaan peuteren maar een huisarts of KNO‑arts het oor laten beoordelen.