Je agenda staat vol leuke dingen, maar je lijf denkt daar anders over: borrel met vrienden, sportles, etentje met familie – alles voelt als nog meer dat ‘moet’. Je zegt ja, maar hoopt in stilte dat iemand afzegt. Dat is precies het punt waarop gezonde druk omslaat in iets donkerders: toxische productiviteit en de voorfase van een
burn-out. (
Vogue: Waarom roept nietsdoen schuldgevoelens bij ons op?)Psychotherapeuten beschrijven hoe “alles een to-do wordt, zelfs afspreken met vrienden”. Het is het gevoel dat je voortdurend iets moet dóén om je dag te rechtvaardigen: werk, sporten, partnerqualitytime, sociale verplichtingen – elk leeg moment moet ingevuld en benut.
Nietsdoen roept schuldgevoel op, en pas als je uitgeput op de bank ploft,
voelt het alsof je genoeg hebt gepresteerd.Dat mechanisme wordt versterkt door applaus: complimenten voor hoe druk je bent, promoties voor wie altijd “een stapje extra” zet, bewondering voor mensen die alles lijken te combineren. Wie zijn eigenwaarde vooral ontleent aan presteren, gaat steeds een stap verder, ook als de eigen grenzen al lang in het rood staan. Historisch werken we niet per se meer uren dan vroeger, maar we switchen nu de hele dag tussen mails, apps, meetings en schermen; dat constante contextwisselen put het brein uit en maakt dat werk én privé als zwaarder worden ervaren.
(Frankfurter Allgemeine: "Alles wordt een to-do-lijstje, zelfs afspreken met vrienden.")Alles wat vroeger spontaan en licht was, voelt zwaar, gepland en doelgericht.
Intussen sluipen er duidelijke waarschuwingssignalen in je dagelijks leven. Je “hangt” van weekend naar weekend of van vakantie naar vakantie, maar ook die leveren nauwelijks echte ontspanning op. Je lichaam protesteert met spanning, vermoeidheid, hoofdpijn of slaapproblemen, terwijl je sociale leven verschraalt: je zegt vaker af, of je zit erbij maar beleeft er weinig plezier meer aan. Alles wat vroeger spontaan en licht was, voelt zwaar, gepland en doelgericht.
Uit die spiraal kom je niet met nóg betere planning-apps, maar met minder: grenzen stellen, uit de actiestand durven komen en opnieuw leren nietsdoen. Experts raden aan om bewust momenten van “niet-productief zijn” in te bouwen – wandelen zonder podcast, sporten zonder doelen, een avond afspreken zonder het gevoel dat het óók iets moet opleveren. Een handige mentale truc is het beeld van glazen en rubberen ballen: sommige dingen breken als je ze laat vallen (je gezondheid, een belangrijke relatie), andere stuiteren gewoon terug (dat ene project, die extra vergadering). Wie durft te kiezen welke ballen echt van glas zijn, kan de rest af en toe bewust laten vallen.
Tot slot vraagt het ook om eerlijkheid op het werk: organisaties die “mentale gezondheid” prediken maar alleen de overperformers belonen, voeden precies de cultuur waarin alles een to-do wordt. Pas als rust, gezonde grenzen en realistische workloads net zo zichtbaar worden gewaardeerd als doorwerken tot laat, wordt het weer normaal als een avond met vrienden gewoon leuk mag zijn – en niets hoeft.