Monaco en San Marino voeren in 2026 de wereldranglijst aan voor
levensverwachting, met gemiddeld ruim 86 jaar, terwijl onder meer Nigeria en Somalië blijven steken rond 55 jaar. Achter die cijfers gaan grote verschillen in zorg, inkomen en veiligheid schuil.
In 2026 staat Monaco bovenaan de mondiale ranglijst met een gemiddelde levensverwachting van ongeveer 86,7 jaar, gevolgd door San Marino met ruim 86 jaar. Helemaal onderaan bungelt Nigeria, waar mensen gemiddeld minder dan 55 jaar oud worden, met daar vlak boven landen als Somalië en Sierra Leone.
De langst levende landen zijn vrijwel zonder uitzondering welvarende mini‑staten of hoogontwikkelde economieën met goede, toegankelijke zorg. Naast Monaco en San Marino scoren ook Hongkong, Japan en Zuid‑Korea bovengemiddeld hoog, met levensverwachtingen rond of boven de 85 jaar. Aan de onderkant domineren landen in Sub‑Sahara Afrika waar armoede, infectieziekten, geweld en zwakke zorgsystemen de gemiddelde
levensduur drukken
Volgens recente overzichten ligt de wereldwijde levensverwachting in 2026 rond de 74 jaar, maar de spreiding is enorm. In landen als Monaco is sterfte op jonge leeftijd zeldzaam en is chronische zorg voor ouderen goed georganiseerd. In Nigeria of Somalië daarentegen zijn kindersterfte, moedersterfte en dodelijke infecties nog altijd op een niveau dat decennia achterloopt bij de koplopers. Demografen benadrukken dat naast zorg ook factoren als onderwijs, voeding, schone lucht en politieke stabiliteit bepalend zijn.