Een
ADHD-diagnose is geen houdbaarheidsdatum. Toch is er een verband tussen vastgestelde ADHD en een kortere
levensverwachting. In een Britse studie ging het om bijna zeven jaar bij mannen en bijna negen jaar bij vrouwen. Dat is schrikken, maar het betekent niet dat jij zoveel levensjaren moet inleveren.
Waar komen die getallen vandaan?
Een in januari 2025 verschenen onderzoek vergeleek ruim 30.000 volwassenen met een ADHD-diagnose met ruim 300.000 mensen zonder geregistreerde diagnose. Die groepen waren vergelijkbaar in leeftijd, geslacht en huisartsenpraktijk. De gegevens kwamen uit de periode 2000 tot en met 2019.
Op basis van sterftecijfers werd de levensverwachting berekend. Het geschatte verschil bedroeg 6,8 jaar bij mannen en 8,6 jaar bij vrouwen. Dat zijn groepsschattingen, geen aftelklok voor de individuele patiënt. De onderzoekers hebben dus niet iedereen vanaf de diagnose tot het overlijden gevolgd.
Een ADHD-diagnose is geen houdbaarheidsdatum.
ADHD zelf is niet de bewezen oorzaak
Het onderzoek laat een samenhang zien, maar bewijst niet dat ADHD zelf die levensjaren kost. Bovendien ontbraken gegevens over de doodsoorzaken. Hoeveel van het verschil door ongelukken, ziekte of andere oorzaken kwam, kon dus niet worden vastgesteld.
Wel kwamen in de ADHD-groep roken en verschillende lichamelijke en psychische aandoeningen vaker voor. Ook problemen met passende hulp en behandeling kunnen een rol spelen. Dat zijn mogelijke verklaringen, geen sluitende verklaring voor het hele verschil.
Er zit nog een belangrijke beperking aan de cijfers: alleen mensen met een geregistreerde diagnose telden mee als ADHD-groep. Zij kunnen meer bijkomende problemen hebben dan mensen bij wie ADHD nooit is vastgesteld. Daardoor kan het verschil voor álle mensen met ADHD overschat zijn. En Britse cijfers zijn niet automatisch Nederlandse cijfers.
Behandeling verdient aandacht, geen wonderbelofte
Er zijn aanwijzingen dat behandeling ertoe doet. Een Zweedse studie uit 2024 onder bijna 149.000 mensen met ADHD, van 6 tot en met 64 jaar, vond een lagere sterfte gedurende twee jaar bij mensen die met ADHD-medicatie begonnen dan bij mensen die niet begonnen.
Ook dat was observationeel onderzoek. Het bewijst niet dat pillen op zichzelf levens verlengen, laat staan dat ze zeven of negen jaar teruggeven. Andere verschillen tussen de groepen en de begeleiding rond de behandeling kunnen meespelen.
Een groepsgemiddelde is geen persoonlijke voorspelling.
Wat kun je met deze kennis?
Niet panikeren en ook niet op eigen houtje medicijnen aanpassen. Gebruik de uitkomsten liever als aanleiding om met je huisarts of behandelaar verder te kijken dan alleen concentratie en drukte.
- Bespreek ook somberheid, angst en problemen met alcohol of drugs.
- Vraag hulp bij structuur en het organiseren van je dagelijkse leven.
- Bespreek lichamelijke klachten en, als je rookt, hulp bij stoppen.
- Overleg over de voordelen en nadelen van behandeling. Verander medicatie niet op basis van een krantenkop.
De nuttigste conclusie is dus niet: met ADHD ga je onvermijdelijk eerder dood. Wel: neem bijkomende gezondheidsproblemen en de behoefte aan ondersteuning serieus. Een statistiek hoort een aanleiding voor betere zorg te zijn, geen reden om de moed te verliezen.
De cijfers in perspectief
Britse studie, gepubliceerd in 2025: ruim 30.000 volwassenen met vastgestelde ADHD, vergeleken met ruim 300.000 anderen. Geschat verschil in levensverwachting: 6,8 jaar voor mannen en 8,6 jaar voor vrouwen. Alleen geregistreerde diagnoses; geen bewijs van een rechtstreeks oorzakelijk verband. Geen persoonlijke voorspelling.
Meer weten?