Paus Leo XIV heeft
longkanker. Bij een operatie in het Gemelli-ziekenhuis in Rome werd de onderste kwab van zijn rechterlong verwijderd. Daarbij werd een longadenocarcinoom vastgesteld, de meest voorkomende vorm van longkanker.
De ingreep duurde ongeveer negentig minuten, gebeurde met een video-geassisteerde kijkoperatie en verliep zonder complicaties. De paus zelf sprak vooraf van een klein knobbeltje dat "in een zeer vroeg stadium" was ontdekt en goed afgegrensd was.
Het belangrijkste ontbreekt nog: het stadium. Het Vaticaan heeft niet gemeld hoe groot de tumor is en of er lymfeklieren zijn aangetast. Zonder die informatie is elke prognose voorlopig.
Wat zeggen de overlevingscijfers?
Het vaak genoemde cijfer is 67 procent: zoveel Amerikaanse patiënten met niet-kleincellige longkanker die nog niet was uitgezaaid, leven vijf jaar na de diagnose nog. Dat getal is voor de paus te somber. Het omvat ook grote tumoren en loopt achter op moderne behandelingen.
Wie preciezer naar het stadium kijkt, ziet een ander beeld. In een groot Chinees cohort leefde na vijf jaar:
- 95 procent bij stadium IA1 (tumor tot 1 cm)
- 93 procent bij stadium IA2 (1 tot 2 cm)
- 82 procent bij stadium IA3 (2 tot 3 cm)
- 75 procent bij stadium IB
Op 71-jarige leeftijd tellen ook overlijdens door andere oorzaken mee. Bij oudere patiënten na een kijkoperatie liggen de cijfers daardoor lager, tussen 74 en 84 procent.
Wat de patholoog nog moet vertellen
Het definitieve weefselonderzoek bepaalt het risico op terugkeer. Als alle lymfeklieren schoon zijn, is aanvullende behandeling doorgaans niet nodig.
Daarnaast telt de groeiwijze van de tumor. Bij de laagste gradering leeft 94 procent na vijf jaar, bij de hoogste 73 procent. Ook ingroei in bloed- of lymfevaten, ingroei in het longvlies en verspreiding via de luchtruimtes verhogen het risico. Tumoren met drie of vier van zulke kenmerken keerden binnen vijf jaar bij 30 procent terug, tegen 4 procent zonder.
Gunstig voor de paus: bij het verwijderen van een hele longkwab is de kans op terugkeer ongeveer half zo groot als bij een kleinere ingreep. Draagt de tumor een EGFR-mutatie en blijkt het stadium hoger dan IA, dan bestaat er een gerichte pil die de overleving na vijf jaar verhoogt van 78 naar 88 procent.
Het herstel van een 71-jarige
- Dag 1 tot 2: patiënten lopen vaak al binnen een of twee dagen.
- Week 1: de paus blijft ongeveer een week in het ziekenhuis. Dat is ruim: zeventigplussers gaan na een kijkoperatie gemiddeld na vijf dagen naar huis.
- Week 3 tot 4: volledig herstel. Artsen raden aan drie weken niet te vliegen, net genoeg voor zijn reis naar Zuid-Amerika vanaf 6 november.
- Maand 3 tot 12: de longfunctie herstelt tot ongeveer 86 tot 89 procent van het niveau vóór de operatie. Na verwijdering van de rechteronderkwab valt dat herstel vaak beter uit dan voorspeld.
- Daarna: de eerste twee tot drie jaar elk halfjaar een CT-scan, daarna jaarlijks.
Wat de kijkoperatie oplevert
Patiënten die via een kijkoperatie worden geopereerd, liggen korter in het ziekenhuis, hebben minder complicaties en functioneren vijf weken na de ingreep fysiek beter. Na een open operatie duurt het gemiddeld zes maanden om dat niveau te halen.
De kans op genezing verandert er niet door. Een jaar na de operatie is er geen verschil in terugkeer van de kanker of overleving.
De voorlopige balans
Alle cijfers gelden voor groepen patiënten, niet voor één persoon. Maar als het weefselonderzoek stadium IA laat zien, met schone lymfeklieren en een lage tot middelmatige gradering, wijst het onderzoek op ongeveer negen op de tien kans dat de kanker de eerste vijf jaar wegblijft.
Meer weten?