Een nieuwe orale kankermedicatie,
GRWD5769, laat in een vroege studie tumoren krimpen bij patiënten voor wie bestaande
immunotherapie niet meer werkt. Door tumoren opnieuw “zichtbaar” te maken voor het immuunsysteem, lijken zelfs zes beruchte, moeilijk te behandelen kankersoorten te reageren – maar het gaat nog om een kleine, vroege trial.
Feiten: wat er precies is onderzocht
Wetenschappers uit Oxford testten een nieuw middel, GRWD5769, bij 83 patiënten met vergevorderde solide tumoren die waren uitbehandeld met standaardtherapie en bij wie immunotherapie niet (meer) aansloeg. Het ging onder meer om baarmoederhalskanker, blaaskanker, leverkanker, een vorm van darmkanker, niet‑kleincellige longkanker en hoofd‑halskanker.
GRWD5769 is een zogenoemde ERAP1‑remmer: de pil bindt aan het enzym ERAP1 op tumoren, waardoor deze weer herkenbare antigenen tonen aan het immuunsysteem. In combinatie met de bestaande immunotherapie cemiplimab (een PD‑1‑remmer) werd het middel cyclisch gegeven: drie weken pillen, drie weken pauze, met een infuus om de drie weken.
Bij 26 van de 83 patiënten krompen tumoren meetbaar; bij 15 van hen was die krimp minstens 30 procent. Bij een subtype darmkanker dat normaal nauwelijks op immunotherapie reageert, stopte bij 51 procent van de patiënten de ziekteprogressie gedurende zes maanden. Oncologen spreken van “sterke signalen van werkzaamheid” bij zes tumortypen die berucht zijn om hun resistentie tegen immunotherapie, terwijl bijwerkingen in deze vroege fase beperkt lijken.
Waarom deze resultaten opvallen
Kern van de doorbraak is niet alleen dat tumoren krimpen, maar dat dit gebeurt bij patiënten bij wie eerdere immunotherapie juist was uitgewerkt. Door het antigenenrepertoire op tumorcellen te veranderen, lijkt GRWD5769 het immuunsysteem als het ware een nieuw doelwit te geven, wat een bekende achilleshiel van huidige immuuntherapie adresseert.
Opvallend is ook de breedte van de respons: signalen van effect bij zes verschillende, vaak moeilijk behandelbare kankersoorten, en bij een aanzienlijk deel van de patiënten stabilisatie van de ziekte. In individuele verhalen, zoals dat van longkankerpatiënt Pat Brogan bij wie tumoren na jaren therapie opnieuw 30 procent kleiner werden, krijgt die statistiek een heel concreet gezicht.
Wat er op het spel staat – en wat we nog niet weten
Als latere, grotere studies deze resultaten bevestigen, zou een nieuwe klasse
immunotherapie ontstaan die niet alleen meer patiënten bereikt, maar ook een uitweg biedt wanneer bestaande behandelingen hun kracht verliezen. Dat voedt de hoop op kankerbehandeling als chronische ziekte, waarbij gerichte combinaties van middelen langere periodes van ziektecontrole mogelijk maken.
Tegelijkertijd is dit nog een fase‑1/2‑studie met relatief weinig deelnemers, zonder lange follow‑up en met duidelijke belangen van de ontwikkelaar Grey Wolf Therapeutics. Of deze “wonderpil” echt het verschil gaat maken, zal afhangen van grotere, onafhankelijke trials die aantonen dat patiënten niet alleen kortdurend baat hebben, maar ook langer en beter leven.