Sommige mensen zweten heel veel. Waarom en wat kan je doen?

gezondheid
maandag, 25 mei 2026 om 9:43
shutterstock_2528731827
Ongeveer 1 op de 20 mensen zweet veel meer dan nodig is om het lichaam te koelen, een medische aandoening die bekendstaat als hyperhidrose en vaak zwaar onderschat wordt. Het goede nieuws: er zijn inmiddels meerdere, stapsgewijze behandelingen die verder gaan dan alleen vaker douchen en een schoon T‑shirt in de tas.

Waarom de één meer zweet dan de ander

Zweten is een normaal koelsysteem: via zweetklieren in vooral oksels, handen, voeten en gezicht raakt het lichaam warmte kwijt. Bij hyperhidrose staan die klieren als het ware op ‘overdrive’ en produceren ze zweet dat niet meer in verhouding staat tot inspanning, temperatuur of stress.
Artsen maken grofweg onderscheid tussen primaire hyperhidrose, waarbij er geen onderliggende ziekte gevonden wordt en het vaak in de familie voorkomt, en secundaire hyperhidrose, die bijvoorbeeld samenhangt met infecties, diabetes, hormonale schommelingen of medicijngebruik. In Europese en Amerikaanse studies wordt de prevalentie van hyperhidrose geschat op 2,8 tot 4,8 procent van de bevolking, maar omdat veel mensen hun klachten verzwijgen, achten onderzoekers de werkelijke cijfers hoger.

Het onzichtbare sociale probleem

Medisch gezien is hyperhidrose geen levensbedreigende aandoening, maar sociaal en psychisch kan ze dat wel voelen. Patiënten rapporteren vaker depressieve gevoelens, schaamte en beperkingen op werk en in relaties, juist omdat ‘zweten’ in onze cultuur snel wordt gekoppeld aan slechte hygiëne of zenuwachtigheid.
In de spreekkamer vertellen mensen dat ze feestjes mijden, bang zijn om handen te geven of zelfs carrières in bepaalde beroepen laten schieten omdat natte handen of doorweekt kantoortextiel niet ‘professioneel’ zouden ogen. Tegelijkertijd zijn er ook patiënten die hun klachten bagatelliseren en het houden bij vaker douchen en wisselen van kleding, simpelweg omdat ze niet weten dat er medische hulp bestaat.
Altijd kletsnatte handen? Misschien hoor je bij die 5 procent

Wie bij elk handdrukmoment in paniek raakt of zelfs in airco-ruimtes met natte oksels zit, is niet ‘gewoon een zweter’, maar mogelijk patiënt. Hyperhidrose – overmatig zweten – treft naar schatting 2 tot 5 procent van de bevolking, vaak al op jonge leeftijd en niet zelden binnen families. De klachten zijn meestal lokaal (handen, voeten, oksels, hoofd), maar de impact is allesbehalve gering: van kleding kiezen rond vlekken tot het mijden van sociale situaties of sollicities. Toch zoekt maar een minderheid medische hulp, terwijl huisartsen en dermatologen tegenwoordig een duidelijk stappenplan hebben om de zweetkraan terug te draaien.

Wat je zelf kunt doen

Voor lichte klachten begint de aanpak met leefstijl en over-the-counter-producten. Denk aan het vermijden van overgewicht, alcohol, scherpe kruiden en roken, factoren die het zweten kunnen verergeren, en aan ademende kleding en schoenen.
Dermatologen en huisartsen adviseren vaak eerst aluminiumzout-oplossingen, die de zweetklieren tijdelijk ‘verstoppen’ en zo het zweten verminderen; die zijn in lagere doseringen bij de drogist te koop en in sterkere vorm op recept. Nadelen zijn mogelijke huidirritatie en het feit dat je de behandeling enkele keren per week moet herhalen om effect te houden.

Wanneer naar de dokter?

Wie langer dan zes maanden overmatig zweet, niet alleen bij warmte of stress en zonder duidelijke andere klachten, wordt in de Nederlandse richtlijnen aangemoedigd om naar de huisarts te stappen. Die sluit eerst secundaire oorzaken uit, zoals een schildklieraandoening, infectie of medicatie, en bespreekt daarna een stapsgewijs behandelplan.
Bij hardnekkige, lokale klachten – bijvoorbeeld vooral oksels of handen – kan de huisarts verwijzen naar de dermatoloog. In Nederland gelden daarbij criteria, onder meer om het onderscheid te maken tussen mensen die vooral ongemak ervaren en mensen bij wie het zweten daadwerkelijk dagelijks functioneren ernstig belemmert.

Wat de dermatoloog kan doen

In de tweede lijn komen krachtigere middelen in beeld. Een eerste stap zijn orale medicijnen die het zenuwsignaal naar de zweetklieren afremmen, maar die ook bijwerkingen zoals een droge mond kunnen geven. Nieuwere lokale middelen, zoals crèmes met anticholinergische stoffen, worden specifiek ingezet op okselzweet en worden in Nederland nog niet altijd vergoed.
Wie bij elke handdruk in paniek raakt, is niet ‘gewoon een zweter’, maar mogelijk patiënt.
Bekender is botulinetoxine A, beter bekend als Botox, dat in oksels wordt geïnjecteerd om de zenuwprikkels naar de zweetklieren tijdelijk te blokkeren; het effect houdt gemiddeld drie tot zes maanden aan. Voor sommige patiënten is er de relatief nieuwe miradry-behandeling, waarbij de okselzweetklieren met gerichte hitte worden vernietigd en de zweetproductie gemiddeld met zo’n 80 procent afneemt, al is deze optie kostbaar en meestal niet verzekerd.

Als zelfs de handen te veel zijn

Zweethanden en -voeten vormen een lastigere categorie. Botox is daar pijnlijker en minder praktisch, en de miradry-techniek is voor deze plekken niet geschikt. Een alternatief is iontoforese, waarbij handen of voeten in waterbakjes met een lichte stroom worden behandeld, een methode die pas na meerdere sessies werkt en onderhoud vergt.
Als uiterste redmiddel bestaat een operatie waarbij de zenuw die de zweetklieren aanstuurt wordt doorgesneden, maar die wordt zelden meer uitgevoerd vanwege risico’s en mogelijke ‘compensatoire’ zweetaanvallen op andere plaatsen van het lichaam. Internationale experts adviseren daarom een conservatieve, stapsgewijze aanpak, waarbij zware ingrepen pas aan bod komen als lichtere middelen onvoldoende werken en de kwaliteit van leven ernstig verstoord is.
loading

Loading