Lang zitten staat al jaren te boek als een van de grote boosdoeners voor onze gezondheid. Het verhoogt het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en vroegtijdig overlijden. Ook voor het brein lijkt veel zitten geen goed nieuws. Maar nieuw onderzoek laat zien dat we niet alle zituren over één kam moeten scheren. Het maakt namelijk uit hoe je zit.
Uit een grote systematische review van maar liefst 85 studies blijkt dat er een duidelijk verschil is tussen zogenoemd actief en passief zitten. Actief zitten – denk aan lezen, kaarten, puzzelen of werken achter de computer – blijkt juist samen te hangen met betere cognitieve prestaties. Passief zitten, zoals langdurig tv-kijken, heeft daarentegen vaker een negatieve relatie met het brein.
De studie werd geleid door onderzoeker Paul Gardiner van de University of Queensland. Volgens hem is het probleem dat zitten in veel gezondheidsonderzoek als één categorie wordt gezien. “Totale zittijd is gekoppeld aan hersengezondheid, maar er wordt zelden gekeken naar het type activiteit dat iemand zittend uitvoert”, legt hij uit. En dat terwijl de meeste mensen dagelijks urenlang zitten.
Actief zitten
De analyse laat zien dat actieve vormen van zitten “overwegend positieve verbanden” vertonen met cognitieve gezondheid. Ze worden in verband gebracht met betere executieve functies, een scherper werkgeheugen en een beter situationeel geheugen. Bij passief zitten zagen de onderzoekers juist vaker negatieve uitkomsten, waaronder een verhoogd risico op cognitieve achteruitgang en dementie.
Dat betekent overigens niet dat je sporten kunt vervangen door een goed boek. Lichaamsbeweging blijft cruciaal voor zowel fysieke als mentale gezondheid. Maar volgens Gardiner en zijn collega’s verdient mentale activiteit ook een plek in de richtlijnen. Je brein heeft, net als je spieren, prikkels nodig en die kun je ook krijgen terwijl je zit.
De onderzoekers pleiten daarom voor nuance in gezondheidsadviezen. In plaats van alleen te zeggen “zit minder”, zou de boodschap kunnen verschuiven naar: kies vaker voor mentaal uitdagende activiteiten en onderbreek passief zitten met korte beweeg- of denkpauzes. Kleine dagelijkse keuzes, zoals lezen in plaats van eindeloos zappen, kunnen op de lange termijn mogelijk bijdragen aan een gezonder brein en een lager risico op dementie.
Met andere woorden: blijf bewegen waar je kunt, maar als je zit, zorg er dan voor dat je brein niet op pauze staat.