Psychotherapie redt levens, maar is geen risicovrije praatsessie. Steeds meer onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de cliënten juist
méér klachten, afhankelijkheid of teleurstelling overhoudt aan de behandelkamer dan gedacht.
Psychotherapie is geen massage, maar een medische ingreep
Wie in therapie gaat, verwacht verlichting. Toch rapporteert in sommige studies
meer dan de helft van de patiënten minstens één duidelijk negatief effect van psychologische behandeling. Onprettige herinneringen die weer bovenkomen, slechter slapen, meer stress of piekeren blijken geen zeldzame
bijwerkingen. Dat past bij de kern van therapie: je peutert in wonden die vaak jarenlang zorgvuldig waren afgedekt
Tegelijkertijd wijzen onderzoekers op ernstiger risico’s: verergering van symptomen, het ontstaan van nieuwe klachten of zelfs een ongezonde afhankelijkheid van therapeut en behandeling. Dat laatste is extra verraderlijk, omdat het voelt als “goed contact”, terwijl het de autonomie van de patiënt ondermijnt.
Wanneer therapie meer kwaad dan goed doet
De Duitse psychiater
Klaus Lieb waarschuwt dat therapie klachten kan verergeren of zelfs t
ot een soort verslaving aan behandeling kan leiden, zeker als de methode niet goed wordt toegepast of de klik met de behandelaar ontbreekt. Internationaal onderzoek laat zien dat één tot twee op de drie cliënten ongewenste effecten ervaart, variërend van tijdelijk zwaardere emoties tot langdurige verslechtering. Opvallend is dat juist de therapeutische relatie vaak onderdeel van het probleem is: zich niet begrepen voelen, zich gekleineerd weten door opmerkingen, of simpelweg het gevoel hebben dat er niets verandert.
Daarmee wordt psychotherapie iets wat het zelden wordt genoemd: een interventie met een
bijsluiter. In de somatische zorg is het inmiddels ondenkbaar om een behandeling te starten zonder duidelijke uitleg over risico’s en alternatieven, maar in de ggz blijft de keerzijde van therapie vaak impliciet.
De blinde vlek van de bijwerkingen
In een grote nationale steekproef rapporteerde 56,6 procent van de mensen met psychotherapie ten minste één negatief effect dat ze zelf aan de behandeling toeschreven, zoals herlevende nare herinneringen, meer stress of slaapproblemen. In een klinische steekproef gaf ruim 70 procent ten minste één negatieve ervaring aan, vaak langere perioden van sombere stemming of zich gekwetst voelen door uitspraken van de therapeut. Toch worden bijwerkingen in onderzoeksrapporten nog steeds veel minder systematisch gemeld dan positieve uitkomsten
Wat patiënten wél zouden moeten doen
Juist daarom is kritische mondigheid geen luxe, maar noodzaak. Patiënten doen er goed aan vooraf te vragen: wat zijn de mogelijke negatieve effecten, hoe vaak komt verslechtering voor, hoe meten we of het werkt en wanneer trekken we de stekker eruit? Tijdens de behandeling hoort het normaal te zijn om te melden dat klachten toenemen, dat sessies uitputten of dat de therapeutische band wringt – en om dan een second opinion of doorverwijzing te vragen.
De ongemakkelijke waarheid is dat
psychotherapie soms helemaal geen goed idee is: niet bij deze therapeut, niet in deze vorm, niet op dit moment.