De explosieve ruzie in de familie
Beckham trekt veel aandacht. Maar van
kinderen die breken met hun ouders zijn er meer.
Steeds meer volwassen kinderen verbreken het contact met een of beide ouders, een breuk die voelt als een stille rouw aan beide kanten.
Het stereotype van het ondankbare kind of de “monsterouder” doet daarbij geen recht aan de complexiteit van wat er misgaat.
Onderzoek naar ouder‑kindvervreemding laat zien dat geen enkele breuk één enkele oorzaak heeft: ouders noemen vaak een “moeilijk” of getraumatiseerd
kind, maar ook hun eigen karakter, communicatieproblemen en een geschiedenis van conflicten spelen mee. Een grote studie naar moeders en hun volwassen
kinderen vond dat vooral botsende waarden – over levensstijl, relaties, geld of normen – de band aantasten, meer nog dan openlijk grensoverschrijdend gedrag. In een Amerikaanse survey noemden ouders als belangrijkste redenen voor vervreemding onder meer leugens, manipulatief gedrag en grote waarde‑ of levensstijlbotsingen.
Aan de kant van de
kinderen klinkt een ander verhaal. Zij beschrijven vaak een jarenlang gevoel van niet gezien worden, emotioneel miskenning of onveiligheid, soms gecombineerd met emotioneel of lichamelijk geweld. In een onderzoek van de University of Cambridge noemde 77 procent van de volwassen kinderen emotionele mishandeling als hoofdreden om het contact met hun moeder te verbreken; 59 procent zei hetzelfde over hun vader. Een doorbraak volgt dan vaak pas wanneer therapie, een eigen gezin of een crisis hen dwingt grenzen te trekken – soms door definitief afstand te nemen.
Therapeuten benadrukken dat een breuk zelden oplucht zonder restpijn: “Het is rouwen langs beide kanten”, zegt een Belgische therapeute over
kinderen die het contact verbreken. Wie een breuk wil voorkomen, moet veel eerder beginnen: niet pas ingrijpen als er geschreeuw wordt, maar luisteren naar stille signalen van vervreemding, excuses durven maken en niet elk verschil in levensstijl als persoonlijke afwijzing zien. Erkenning dat ouders niet onfeilbaar zijn – én dat kinderen ook een “handvol” kunnen zijn – opent soms precies de ruimte waarin opnieuw gesproken kan worden.