Ze lijken fragiel, maar vergis je niet: sneeuwklokjes zijn taaie types. Terwijl de
winter nog stevig om zich heen slaat, steken ze al dapper hun kopjes boven de grond. Januari en februari zijn hun maanden, en voor veel mensen zijn ze hét bewijs dat de lente echt onderweg is. Hoog tijd voor een paar verrassende feiten over dit eigenwijze bolgewas.
De officiële naam Galanthus nivalis klinkt chic en betekent vrij vertaald ‘melkbloem in de sneeuw’. Galanthus komt van het Griekse gala (melk) en anthos (bloem), terwijl nivalis verwijst naar sneeuw. Dat past perfect bij het hagelwitte bloemetje dat in staat is om letterlijk door de sneeuw heen te breken.
Vroegopje
Niet voor niets staat het sneeuwklokje symbool voor hoop, nieuw begin en lenteverwachting. In oude volksverhalen werd de bloem gezien als een belofte dat de natuur altijd terugkomt. Een toepasselijke bijnaam is dan ook ‘vroegopjes’.
Hoewel veel mensen denken dat er maar één soort bestaat, zijn er in werkelijkheid negentien soorten sneeuwklokjes en meer dan vijfhonderd cultivars. Van extra grote bloemen tot varianten met groene tekeningetjes: liefhebbers kunnen hun hart ophalen.
Let wel op: hoe lieflijk ze er ook uitzien, sneeuwklokjes zijn giftig. Blad, bloem en bol bevatten stoffen die je beter niet binnenkrijgt.
Zo verspreiden ze zich
Voelen sneeuwklokjes zich ergens thuis, dan gaan ze los. Eén bolletje wordt er twee en voor je het weet ligt er een wit tapijt in de tuin. Je kunt ze ook vermeerderen door pollen te delen of door te zaaien.
In de natuur krijgen ze daarbij hulp van mieren. Aan het zaad zit een zoet aanhangseltje, het zogeheten ‘mierenbroodje’, dat mieren meenemen naar hun nest. Zo helpen ze het sneeuwklokje onbedoeld aan nieuwe groeiplekken.
De perfecte plek
Sneeuwklokjes houden van zon in het vroege voorjaar, maar staan de rest van het jaar liever in de schaduw. Onder bomen of struiken voelen ze zich daarom prima thuis. Klein, sterk en slim: het sneeuwklokje is een voorjaarsheld in miniatuur.