Steeds vaker eindigt een wintersportvakantie in een drama: lawines, off‑piste‑ongelukken en overvolle bergreddingen domineren het nieuws. Wat maakt juist dit seizoen zo dodelijk – en wat zegt dat over onze manier van vakantie vieren?
| Winterseizoen | Lawinedoden (Europa, m.n. Alpen) |
| 2017–2018 | 147 |
| 2018–2019 | 95 |
| 2019–2020 | 54 |
| 2020–2021 | 131 |
| 2021–2022 | 87 |
| 2022–2023 | 70 |
| 2023–2024 | 104 |
| 2024–2025 | 70 |
| 2025–2026* | 95 (stand half februari) |
In grote delen van de Alpen viel deze winter uitzonderlijk veel
sneeuw, afgewisseld met dooifases en stormen. Dat levert een gelaagd sneeuwdek op: harde platen bovenop een zwakke onderlaag, precies het recept voor instabiele hellingen steiler dan 30 graden. In Frankrijk alleen al zijn deze winter al 27 mensen omgekomen bij lawines, het hoogste aantal sinds 2020‑2021. Europees gezien noteert het netwerk Avalanches.org dit seizoen al 95 lawinedoden.
Tegelijkertijd is het wereldwijd drukker dan ooit in de bergen. Na de dip tijdens corona kent het skiën een duidelijke comeback. Steeds meer vakantiegangers wijken uit naar off‑piste en “backcountry”, verleid door spectaculaire sociale‑media‑beelden en de belofte van onverspoorde poeder. Zo’n 90 procent van de fatale
lawines wordt echter getriggerd door de slachtoffers zelf: één extra belasting van een skiër kan genoeg zijn om een slab van sneeuw in beweging te zetten.
Een extra
risicofactor is psychologisch. Wie duizenden euro’s kwijt is aan een week
wintersport, is geneigd “er toch alles uit te halen”, ook als het lawinebericht op standje rood staat. Moderne veiligheidsmiddelen – airbags, lawinepiepers, apps – geven bovendien een gevoel van controle dat in werkelijkheid beperkt is. De harde statistiek: wie volledig wordt bedolven heeft grofweg 50 procent overlevingskans, die na 15 minuten daalt naar circa 30 procent.
De les van deze winter is ongemakkelijk: niet alleen het
klimaat en de sneeuw veranderen, ook wijzelf zijn een deel van het probleem. Wie de risico’s echt wil beperken, blijft op hellingen onder de 30 graden, volgt het lokale lawinebericht – en accepteert dat “even geen poeder” soms de prijs is voor levend thuiskomen.