Het neerslagtekort loopt deze zomer op tot niveaus die doen denken aan het r
ecordjaar 1976, maar Nederland is sindsdien ingrijpend veranderd. Meer verharding, intensiever landgebruik en een grotere
drinkwater- en natuurvraag maken dat dezelfde
droogte in 2026 kan uitmonden in echte keuzes: wie krijgt water, en wie niet.
De zomer van 1976 geldt nog altijd als ijkpunt voor extreme droogte in Nederland: vanaf het voorjaar tot ver in augustus viel nauwelijks regen en het neerslagtekort liep tot ver boven de 200 millimeter op. Veluwebranden, stervende bomen en gebeden om regen markeerden een jaar dat in de meteorologische recordboeken “een zomer om nooit te vergeten” wordt genoemd. Vijf decennia later schuift 2026 volgens het KNMI en agrarische experts opnieuw in het spoor van dat recordjaar: begin mei lag het landelijk neerslagtekort al rond de 80 millimeter, keurig op de curve van 1976.nos+2
Toch speelt deze
droogte zich af in een heel ander land dan toen. Nederland verhardde en versteende, met meer asfalt, daken en bedrijventerreinen die regenwater snel afvoeren in plaats van het vast te houden. Tegelijk steeg de vraag naar water voor drinkwatervoorziening, landbouw en natuur drastisch, terwijl langere periodes van
hitte door klimaatverandering de verdamping verder opjagen. De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling waarschuwt inmiddels openlijk voor dreigende tekorten en mogelijke opschaling naar strengere fasen van waterverdeling: “We moeten keuzes gaan maken.”
Daarmee verschuift droogte van een uitzonderlijk weerfenomeen naar een structureel vraagstuk van schaarste en prioritering. Waar in 1976 vooral de natuur en enkele sectoren hard werden geraakt – met miljoenen afgestorven bomen en grote bosbranden – staan nu ook de continuïteit van drinkwaterproductie, koelwater voor industrie en de gezondheid van uitgedroogde veen- en natuurgebieden op het spel. Experts in openbaar groen spreken van een “stress-test” voor steden: bomen die in versteende wijken nauwelijks wortelruimte en water hebben, vallen sneller uit en versterken hitte-eilanden juist op de plekken waar verkoeling het hardst nodig is.
De centrale vraag wordt dan niet of we de droogte van 1976 evenaren, maar hoe we voorkomen dat hetzelfde weertype in een drukker, warmer en kwetsbaarder land uitmondt in een watercrisis. Wie mag straks nog zijn gazon sproeien als rivieren dalen, landbouwgrond scheurt en waterbedrijven aan de bel trekken?